De waarheid was dat we het allang wisten…


..dat Sinterklaas niet bestond.
Sterker: ik kan me niet eens herinneren dàt ik ooit in hem geloofde. De keren dat we ’s morgens een mand met cadeautjes vonden lagen achter ons, we dachten er nooit meer aan.
De waarheid kon immers niet verborgen blijven.
Moe die het druk had met boodschappen op de gekste tijden. Haar afwezige blik de laatste dagen. De groten die ook al geheimzinnig deden met hun geknutsel.
De duidelijkste aanwijzing was dat we aldoor de kamer werden uitgestuurd: ‘ga maar buiten spelen.’ Dan begrepen we dat ze met de cadeautjes bezig waren.
Mijn twee jaar oudere broer en ik liepen dagenlang rond met geheimzinnige gezichten; deden alsof we nog geloofden want dat hield de spanning er in. Het werd min of meer van je verwacht omdat er nog een klein broertje rondliep.
We zongen zogenaamd angstig mee terwijl we gisten van wie die zwarte glacé was die door de deuropening met pepernoten gooide.  En genoten van  de grote zussen die flirtend ‘dank je wel Piet, lieverd’ riepen.  (Zij wisten welke buurjongen het was). Een  vertoning die erbij hoorde.
De laatste middag vóór pakjesavond was niet door te komen; dan stond in het portaaltje de grote teil of de wasketel klaar, boordevol met pakjes. Een tafelkleed erover om het geheim in stand te houden..
Moe was op de valreep met een paar laatste surprises bezig, tobbend over een zinnig vers.
We stierven bijna van nieuwsgierige zenuwen.
Wat zou er voor ons bij zijn?
En, niet onbelangrijk, zouden we TWEE chocoladeletters krijgen?

Het was elk jaar een van de mooiste en spannendste periodes.
Nooit heb ik me verdrietig of belazerd gevoeld dat Sinterklaas niet bestond.
Integendeel, ik keek met ongeduld uit naar de tijd dat ik zelf mee mocht doen met surprises, grappen en versjes.
Ik zal toch niet de enige geweest zijn?
==

Advertenties