Ganzentrek

Luid gakkend vlogen ze rondjes.
We zwaaiden naar ze, wezen naar het noorden, dan naar het zuiden, ze trokken zich niets van ons aan.
Ik weet dat een groep naar het noorden gaat en andere soorten in West-Europa blijven of een paar kilometers verderop gaan wonen, maar niet welke dat zijn.
Ze wisten het zelf ook niet.
Hun geruzie klonk schel.
‘HIERRRR blijven’ riep er een naar een paar uitbrekers.
‘Bekijk het, we maken een nieuwe V’ was het antwoord, ‘we willen niet bij jullie.’
De rest bemoeide zich ermee, alles vloog door elkaar.
Andere vogels streken er nieuwsgierig omheen, er werd gelachen, getjilpt, gekrijst, gekrast, het werd een pan van jewelste.
Wij stonden op de grond en keken ernaar.
Door de wanordelijkheden werd het al moeilijker de diverse soorten te onderscheiden.
Tja, als ze zichzelf al niet uit elkaar kunnen houden hoe moet ik het dan weten?
Domme gansjes, zou je haast denken, net mensen.
Enfin.
Na langdurige bekvechterij kwamen ze tot overeenkomst en formeerden ze zich op de juiste manier.
Soort bij soort.

Advertenties