Jolita, de koe die zich verveelde 5 + 6

‘Eigenlijk wel, ik wacht tot ik iemand tegenkom die dorst heeft. Kun jij misschien…’
Claer spreidde haar vleugels: ‘Hiermee??’
‘Nee,’ erkende Jolita, ‘dat is te lastig. Maarre, zullen we eerst wat eten? Ik heb honger’
En zo genoten ze van hun eerste reis-ontbijt.
Het bermgras hapte heerlijk weg ondanks de benzinedampen. Claer smulde van allerlei afval, ze vond zowaar enkele smeuïge  wormpjes.
Samen eten schept intimiteit.
Ze bespraken Jolita’s vrijheidsdrang en Claers liefdesverdriet; ze babbelden over de toestand in de wereld en de Dierenpartij.
Tenslotte zongen ze eensgezind het zwerverslied; het was reuzeknus.
Plots wees Jolita naar rechts  ‘volgens mij komt er iemand deze kant op.’
Een meisje holde, zwaaiend met een kan, op hen toe.
‘Oh wat een geluk,’ riep ze al van verre, ‘een losgeslagen koe en een stresskipje. Heerlijk. Leg alsjeblieft gauw een ei schatje, dan help ik intussen je vriendin van haar melk af. Ik heb de kan al meegebracht.’
Opgewonden kakelend krabte Claer een kuiltje in de grond en ging haar best zitten doen.
Jolita, eveneens blij, maakte dolle sprongen zodat ze goed gekarnde waar zou leveren.
Enthousiast klapte het meisje in haar handen bij het zien van zoveel ijver.
‘Wat goed,’ jubelde ze; ze knielde neer en tapte. Verrukkelijk schuimend plonsde de melk in de kan.
Claer gilde opgetogen ‘Toktoktok alwéér een ei’ en fladderde trots een metertje op en terug.
De kan was vol; het meisje bedankte de dieren uitbundig.
‘Heerlijke vriendinnen zijn jullie, fantastisch, dank, dank.’
Ze schudden voorpoot, vleugel en hand ten afscheid.
‘Dit,’ verklaarde Jolita, ‘was een avontuurlijk begin.’
‘Zo is het’  beaamde Claer maar begon opeens weer te bibberen.
‘M-moet je eens kijken wat daar staat’ wees ze naar links, ‘een jonge olifant..’
‘Hè? Verdomd, je hebt gelijk!’
Jolita was niet bang uitgevallen en stapte op het diertje af.
‘Dag kindje, ben je verdwaald?’
‘Tettareitèiiuét’ klonk het vals, het was nog maar een klein ding.
====

Jolita, de koe die zich verveelde  6

‘Oh please,’ met een gepijnigde frons draaide Claer haar kop af, ‘is dat alles wat je moeder je geleerd heeft?’
‘Sorry hoor,’ antwoordde het jonge ding, ‘ik zit nog maar pas op trompetterles.’
En tegen Jolita: ‘Sommige van die ouwetjes kunnen nergens tegen…’
Claer stoof gepikt op. ‘Wàt zei je daar?’ Prompt viel ze weer in de stress en liet ze zich tegen Jolita vallen. ‘Al die kosten voor vochtinbrengende crêmepjes,’ huilde ze,’ooglidcorrecties, pootverziekende fitness, donzen lingerie, veren in de krul, en dan noemt zo’n snotslurf je oud, omg…’
Onhandig streelde Jolita de arme kip over haar kammetje.
‘Stil maar, zielepiet, hij bedoelde het vast niet gemeen, het is nog maar een kind,’ troostte ze.
Het olifantje keek beschaamd naar de grond. ‘Neem me niet kwalijk mevrouw, ik zal het nooit meer hardop zeggen.’
Claer, die niet de slimste was, nam hier genoegen mee.
‘En ik ben een meisje, ik heet Ivorine. Ik zat met m’n vriendje Monkey in de zandbak toen er een UFO aan kwam scheuren en ons oppikte. Zomaar. Monkey hielden ze en mij lieten ze hier los. Wat moet ik nou doen?’
Jolita dacht na, dit was wel heel apart.
Erg leuk om een nieuwe vriendin te hebben, een kind op sleeptouw was iets anders.
Maar een klein meisje alleen laten wilde ze ook niet; in wiens brute loverhanden zou ze misschien vallen?
‘Oké, blijf maar bij ons dan zoeken we naar je moeder. Daarna gaan we meteen door naar de wazige verten, anders komt er niets meer van. Waar woon je?’
‘Eh, ik weet het niet precies’ kwam het kleintjes, ‘Frieka of zo. Het is er lekker warm.’ Bedrukt keek ze voor zich uit, het was duidelijk dat het arme kind heimwee had.
‘Ik weet het, ik weet het,’ kakelde Claer, ‘Afrika natuurlijk. Daar heb ik een verre neef zitten, een hele deftige.’
‘Naar het zuiden dus. Zullen we aanlopen? Ik wil wel eens wat anders zien dan deze berm. Akkoord? Ivorien, je mag onderweg wel trompetwijsjes oefenen hoor.’
Ze schudden voorpoot, vleugel en slurf en begaven zich op weg, vastbesloten zich door niemand te laten ophouden.
Na een half uurtje kwamen ze bij een geheimzinnig watertje.
Het verscheen zomaar tussen de bosjes

© Bertjens