herinneringen

Nette mensen

Teruggrijpend op het vorige logje denk ik aan de strengheid van de jaren vijftig.
We waren een arbeidersgezin, niets deftigs aan.
Katholiek, met protestantse en christelijke buren en meer soorten kerkelijken.
Allemaal dezelfde mensen, een viswinkel, bloemist en postkantoor, bushalte. Gewoner kon niet.
Toch was er een zekere stand. Een triestig soort waar we nu de schouders over ophalen maar toen heette het: als het er maar netjes uitziet..
Achter veel voordeuren speelden zich onverkwikkelijke zaken af maar naar de buitenwereld wilde iedereen zich keurig voordoen.
We vloekten niet, scholden niet in het openbaar, voortuintje was altijd geharkt, we droegen handschoenen naar de kerk en meer van dat.
Wat fatsoen betreft waren het barre tijden, we verslikten ons er zowat in. Deze opvattingen bestaan nog steeds
Geen wonder dat als  tegenspel de hippietijd omarmd werd.
Zonder dat we het over neukwater hadden.
.

srtikel

Neukwaterwaard. Uit de nieuwsbrief Meertens Instituut september 2018

Neukwater.
Vrijelijk een plat woord opschrijven, nog seksueel getint ook.   Het mag, mijn ouders en de pastoor horen het toch niet.


Het gaat hier om  dit artikel
Over een schikking in 1614, betreffende een schuld.
De eiser is Cornelis Corstiaenstz, bijgenaamd Nueck water waert, een herbergier in Beverwijk. Hij verkocht o.a. jenever hetgeen in platte volkstaal ‘neukwater’ werd genoemd.
Het woord is niet te vinden in woordenboeken maar staat wel in een gedicht,
De bedroge girigheyd of Boertige comoedie van Hopman Ulrich van J. van Paffenrode uit 1661,  een opsomming van alcoholica die genuttigd wordt tijdens een slemppartij.
Alcohol werd toen, ook later nog, beschouwd als prikkel voor een beter liefdesleven.
Daar hoor je nu niemand meer over.

(Of ik het gedicht mag overnemen weet ik niet, het staat in het artikel als afbeelding).