dieren

Huisduif

Soezend in de schaduw werd ik een vage beweging gewaar.
Ik keek op en zag een duif.
Hij liep heen en weer, naar me kijkend alsof hij me kende.
Grappig. Ik mompelde iets van ‘gezellig dat je er bent’ en soesde verder.
Hij bleef om me heen scharrelen, pikte hier en daar wat van de stoep en stapte uiteindelijk naar de serre. Tussen de vliegenkralen door die hij ook al leek te kennen.
Daar neusde hij een paar rondjes.
Een huisduif. Vertederd zag ik het aan en herinnerde me verhaaltjes van mensen die dachten dat hun overleden geliefden een groet stuurden via vlinder of duif. Een vriendin geloofde stellig dat haar dode man zich in een straatduif bevond.
Zelf zit ik daar niet mee.
Hij kwam weer naar buiten, liep meteen weer achter me aan toen ik naar binnen ging.
En watsienik? Drie groenwitte dridders op de mat en één onder mijn vaste leesstoel. Allemaal 3XL of meer.
Razend keerde ik me om, deed ksst ksst en gooide de deur dicht.
Al opruimende zag ik hem voor de (glazen) deur staan, uilig naar binnen turend.
Zou hij echt wachten tot ik hem erin liet?
Inwendig lachte ik.
Als ik zou geloven in man’s vermomde ziel dan zou dit hem niet zijn.
Hij zou zich nooit buiten laten zetten.