klein leed

Klein leed

Met gevaar voor eigen lijf gaf ik mijn krachten.
Telkens weer.
Ik hield de adem in op het moment suprême, fataal voor de vijand en een zegen voor de mensheid.
Groots was de glorie bij een vermorzeld ondier. Orgiastisch bijna.
De reiniging erna was weldadig.
Warm water, zorgvuldig gericht, ach, de heerlijkheden van een functionerend lichaam.

Het is voorbij.
Gewond werd ik opgehangen in een donkere hoek met de woorden
wie weet waar ‘ie nog goed voor is’
Zo kwetsend, die Hollandse zuinigheid.
Liever lag ik op de belt.