Weer hoge temperaturen in aantocht.

Advertenties

Gedaas, zucht.

Waar muggen met een boog om me heen vliegen zoeken dazen me juist fanatiek op. We blijven vijanden.
Raar hoor, ik ben niet op het veld, in weilanden of bij vee in de buurt geweest anders dan met de auto. Ramen dicht, juist voor hen.
Vinden ze me op mijn eigen stoepie. Ze kwamen doodleuk op bezoek.
Ongezien.
Ineens een paar bekende steken in rug en arm, ik vloog op en zag er wel een stuk of zes. Ze moeten uit bloeddorst zijn meegekomen met de auto, verscholen als verstekelingen. De stiekemerds.
Gna gna gna mimeden ze boosaardig, ik voelde hun leedvermaak en werd laaiend. Sloeg ze en miste en ging naar binnen, ik haalde het.
Ze zijn nu weg maar voor hoelang? Grote kans dat ze zich schuil houden in struiken of bomen, loerend naar de buitendeur.
Wat te doen behalve de bulten deppen.
Een paardendeken maken met mouwen en broekspijpen?
Een bijenpak?
De rest van de zomer binnenblijven?
Hoelang duurt het steekvliegenseizoen eigenlijk?

‘Drie mooie paardebeesten stonden bij een hek…

…zomaar bij een hek.’

Dit plaatje kwam ik tegen bij  pixabay
Het trof me zoals ze daar nieuwsgierig staan te wezen.
Zijn ze benieuwd naar de foto?
We weten niet hoe ijdel ze zijn, paarden zeggen in de regel niet veel.
Misschien hopen ze op suikerklontjes, over cariës en plomberen hoor je ze ook nooit.
Willen ze aandacht, een goed gesprek wellicht?
Als ik niet zo bang voor ze was zou ik dat gesprek graag met ze aangaan.

Cool? Nee, gewoon koud.

Goedenavond.
Hier schrijft een ijzig mens.
Verstijfde vingers gaan moeizaam over het toetsenbord.
Ik geef toe, het is eigen schuld.
Teleurgesteld door de hitte die nog steeds in huis hing en het magere regenbuitje stelde ik me verkoeling voor.
Ik dacht heel diep om een beeld op te roepen van een herfstochtend met vochtige mist, blote voeten in nat gras, en geloof het of niet: het hielp. Ik voelde dat koele gazon, zag die mist. Een weldaad.
Had ik het daar maar bij gelaten
Hebberig ging ik door en te ver, verzon sneeuw in Alaska, poolwind, doordringende vorst. IJsberen filterde ik eruit (ik ben niet gek), de sneeuw hield ik nog even vast.
Het werd te echt, te koud, te bibberig, ik wilde terug naar het natte gras.
En dat lukte niet meer.
Toen zat ik gevangen in mijn zelf opgeroepen bedenksels.
Vertwijfeling beving me.
Wanhopig fantaseerde ik de terugkeer van een warme zon. Helaas, mijn verbeelding was onderkoeld en werkte slechts langzaam. Nog steeds.
Ik zal het moeten uitzingen tot ik vanzelf weer op temperatuur kom.
Met stijve stappen loop ik heen en weer om hete koffie te zetten en soep op te warmen.
Het gaat vooruit, de laptop aanzetten is gelukt.
Voor vannacht staan een paar warmwaterkruiken klaar.
Morgen zal het leed geleden zijn.
Hoop ik.

Duistere maan

Morgenavond gaan we kijken naar de maansverduistering
Met deze temperaturen proef je haast de romantiek.
Hand in hand, nog rozig van de zon, staren in langzaam strijkend licht naar donker, donkerder, zij wordt bang, hij beschermt haar tegen draken, gluurders en andere vreemde vogels. Een bouquetroman.
Vroeger had je iets dergelijks op ouderwetse dansfeestjes waar plotseling omgeroepen werd: ‘Vijf minuten voor de jongelui’ en dan ging het licht uit, niet te lang natuurlijk. Bij gebrek aan een stakende maan.
Het was vooral leuk voor veertienjarigen en ouwe graaiers.
Bij de verduistering hoop ik verhevener gedachten te krijgen.
Over zijn invloeden op de aarde en op de mens en hoeveel licht en warmte hij geeft enne, die dingen.
We zullen zien.

Alles went.

De lange siësta’s en het stilzitten beu, een mens kan ook tè lang lezen en puzzelen, zocht ik vandaag luchtige werkjes.
-Schijt aan de hitte, dacht ik en sopte vanmorgen de keukenkastjes en alles wat daarbij zit. Koelkast en afzuigkap en zo. Alleen de buitenkant hoor, in matig tempo en met een muziekje erbij ging het lekker
Het was maar 32 graden (alles went) en licht bewolkt
Na het koken waagde ik me aan het overtrek voor een tuinstoelkussen. Met een echte naald en draad. De ducttape is op, zodoende.
Intussen klaarde de lucht. Het werd opnieuw 34 graden. Ook in de keuken die op het noordoosten ligt want daar trekt de nieuwbakken temperatuur zich niets van aan.
De ventilator op hoogste stand maakte het knippen en naaien draaglijk, een paar glazen thee en een extra kop soep  hielpen ook. Met de hand, steekje voor steekje en  veel gepuf lukte het.
Et voila, een paard zou er jaloers op zijn. Die ziet de foutjes toch niet.
Morgen het tweede tenzij het echt 37 graden wordt.
In dat geval ga ik languit tussen twee ventilators liggen op het nieuwe kussen en wie me durft te bellen poeier ik af.
Ik spreek panters!

Klimaatvragen

Verschillende druiventrossen kleuren al.
Bij vriendin zie ik dat in haar tuin de vijgen rijp zijn, eveneens vroeger dan anders.
Als het klimaat zo doorgaat hebben we over een paar jaar in februari vers fruit, aardbeien worden winterkoninkjes, nieuwe aardappelen komen van Lapland, appels en peren moeten in juni de koelhuizen in want vroegrijp = vroegrot al bedoelde men er meestal geen appels en peren mee.
Hoe gaan mensen en dieren op deze opwarming reageren? De evolutie beweegt zich weliswaar traag maar een klein beetje omslag wil ik graag meemaken.
Wie weet verandert onze huid in leer. Kreukelleer.
Of, gezien de technologie, in een of ander rekbaar spulletje dat zich mee- en terugvormt,  schitterend vooruitzicht op een blijvend glad lijf.
Worden huisdieren specifieke warmtewezens die hun vacht afwerpen. Gaan koeien gesteriliseerde melk geven. Leveren varkens gebakken spek.
En krijgen we maïswouden met kolven als everzwijnen en…
…is er ook een afdoend middeltje tegen zonnesteken. Dan heet het tropenkolder.

Huisduif

Soezend in de schaduw werd ik een vage beweging gewaar.
Ik keek op en zag een duif.
Hij liep heen en weer, naar me kijkend alsof hij me kende.
Grappig. Ik mompelde iets van ‘gezellig dat je er bent’ en soesde verder.
Hij bleef om me heen scharrelen, pikte hier en daar wat van de stoep en stapte uiteindelijk naar de serre. Tussen de vliegenkralen door die hij ook al leek te kennen.
Daar neusde hij een paar rondjes.
Een huisduif. Vertederd zag ik het aan en herinnerde me verhaaltjes van mensen die dachten dat hun overleden geliefden een groet stuurden via vlinder of duif. Een vriendin geloofde stellig dat haar dode man zich in een straatduif bevond.
Zelf zit ik daar niet mee.
Hij kwam weer naar buiten, liep meteen weer achter me aan toen ik naar binnen ging.
En watsienik? Drie groenwitte dridders op de mat en één onder mijn vaste leesstoel. Allemaal 3XL of meer.
Razend keerde ik me om, deed ksst ksst en gooide de deur dicht.
Al opruimende zag ik hem voor de (glazen) deur staan, uilig naar binnen turend.
Zou hij echt wachten tot ik hem erin liet?
Inwendig lachte ik.
Als ik zou geloven in man’s vermomde ziel dan zou dit hem niet zijn.
Hij zou zich nooit buiten laten zetten.