Moeder als spil?

Eens kwam ik in een superhecht gezin. Zo’n familie die ik alleen kende van een afstandje.
De kinderen trouwden in eigen dorp, kleinkinderen leken geen onderscheid te maken tussen ouders en ooms of tantes, zelfs de huisdieren hoorden bij de gezamenlijkheid. Die indruk kreeg ik.
Een soort commune, verdeeld over diverse woningen. Besloten ook. (Bijna) niemand van de leden vertrok of emigreerde.
Vader overleed. De hele bubs trok naar moeder, een en al liefde en behulpzaamheid.
Dit ging nooit kapot. Dacht ik naïef
Toen overleed moeder. Er was geen testament.
En het hele gezin viel uiteen.

Advertenties

Zwerfdieren opvangen

In een naburige plaats wordt geld gevraagd door de Dierenopvang.
Ze vinden dat de omringende gemeenten horen mee te betalen aan de inmiddels ruim duizend katten en vijfhonderd honden jaarlijks opgevangen dieren, die moeten wachten op een geschikt tehuis. Het centrum hanteert namelijk een anti-inslaapbeleid, dit vergt meer personeel en betere opvangruimte .
Prachtig ideaal.
Krijgt het nu zo’n 34 eurocent per inwoner per jaar, voor een goede opvang moet dat naar 75 ec. Het is tenslotte een gemeentelijke taak, uitbesteed aan het opvangcentrum.
Het probleem is niet nieuw maar weer is de vraag:
moeten alle zwerfdieren opgevangen worden of mag men ze laten inslapen?
Meer geld zou ik geen bezwaar vinden, het liefst hield ik alle honden en katten in leven maar om ze nou weken, misschien wel langer, in gevangenschap te houden vind ik minder diervriendelijk.  Wat met probleemdieren? Ik weet van een hond die drie keer werd teruggebracht, het zit er dik in dat het geen huishond wordt. Hoe voelt dat voor een beestje dat er niets van snapt?
En oudere dieren? Die zijn vast niet zo populair als schattige puppies, kittens en knabbelkonijntjes. Hoelang wachten die?
Dan vraag ik me af of pijnloos laten inslapen niet een betere oplossing is.

Een extra actie via advertenties en tv-reclame zou misschien de diereneigenaren tot nadenken stemmen voor ze hun huisdier ophokken of, erger, loslaten.
Een actie waarin de nadruk gelegd wordt op de waardeloosheid van zo’n daad,
In de trant van:
‘Bent U ook zo’n dierenbeul?? Nee toch…’

Verweren

Voor vandaag had ik noeste plannen.
Vroeg opstaan.
Meteen na het ontbijt, zolang er schaduw is, boodschappen doen, daarna voortuintje bijharken, koelkasten uitmesten en meer.
Na het bijharken vond ik het wel genoeg, je verweert met de jaren.
Gepensioneerd zijn is niet altijd fijn maar het hééft zijn voordelen: je stopt wanneer het jou uitkomt.
Je kunt ook pech hebben.
Na de lunch zat ik bij iemand op een balkon op het noorden, zalig in de windvlagen.
Plotseling klonk er een luid gekraak en pànggg, daar zat ik op de grond, op een gebroken stoel. De zijkanten staken als rafelige botten omhoog.
Vriendin in alle staten, ik ook, ze was bang voor bezeersels. Het viel mee, alleen de stoel had het begeven. Dat heb je met kunststof (plastic?) tuinmeubilair, het verweert verraderlijk, zonder dat je het ziet.

Vanavond koelde het af en ik zag in de schemer de nachtschonen bloeien.
Ze sloven zich uit in het donker, toch zie ik nooit iemand voor hen de pas inhouden.
Maar ze verweren ook niet.

droog droger nog droger superdroog

Er is niet tegenop te sproeien, we zien wel hoe het afloopt.
In de regel komen vaste planten weer terug en daar rekenen we ook nu op.
Voor de boom vrees ik het ergste, hij was al dood en droogt nu nog uit ook. Dat hij maar tijdig in de houthemel terecht mag komen voor hij uit elkaar valt.

Het is een treurigheid hoor.
Moeie bladeren, de varen die bijna plat valt; doornappels zullen waarschijnlijk niet uitkomen, de passiflora groeit van boven en verkleurt onderaan.
Gelukkig staat er ook wat goeds tussen, de kleine klimop groeit dit jaar sneller dan ooit. De druif ook en het leverkruid en… eigenlijk is er nog volop leven tussen de dorrigheid, zie ik nu.
Dit beseffende zal ik ze morgen optimistische toespreken, allemaal, groene en bruine.
‘Houd moed,’ zal ik zeggen, ‘versaag niet, na tijden komen weer tijden, na zonneschijn komt regen’ en meer van die cliché’s want planten hebben toch geen verstand van literatuur. Ik ook niet.
En mochten een paar het niet halen? Dan maken we een grafschriftje, iets over zon en hittekanon of zo.
Dat biedt wat troost..

Joost van den Vondel

Citaat: Het vrouwvolk ringeloort en knevelt mannekracht.
Jaja, mannen waren altijd al bang voor ons, ze namen niet voor niets beknottende maatregelen.
In dat licht bezien is onderstaande quote wonderlijk.
Namen de laatste krachten af? Werd de knevel te strak? Was de moed opgegeven?
Joost mag het weten.
Waar werd oprechter trouw
dan tussen man en vrouw
ter wereld ooit gevonden?
(uit: Gijsbrecht van Aemstel, 1637)

Nestelen

Je weet  wel,  een lekker plekje zoeken.
Niet te verwarren met nesteldrang. Da’s heel wat anders.
Gewoon onderuit op de luie stoel.
Je weet toch hoe een hond dat doet?  Draaien, liggen, opstaan, deken overhoop krabben, liggen….
Kijk,  ik blaf niet maar ik begrijp zo’n dier heel goed, je zit toch niet lekker voor je je draai hebt gevonden?
Daar maak ik altijd veel werk van.
Eerst de stoel recht zetten, of juist schuin. Dit in verband met voetenbankje en bijzettafel: ze moeten op elkaar afgestemd zijn. Ook de kijkrichting naar tv.
Dan ga ik zitten; voel of de stand in orde is; zo niet dan sta ik op om nogmaals te schuiven.
De juiste houding is ook belangrijk.
Hm, centimeter naar links. Rechterbovenbeen ietsje naar voren.
Umm, voelt niet goed. Ik schuif  naar achter, wrijf met de rug tegen de leuning. Nnnnee, niet precies wat ik bedoel. Toch maar bijtrekken, dus sta ik op en verdraai de stoel weer ’n graadje terug.
Zo, nu kannie.
Hoewel, de kriebel onder links,  ik laat me achterover zakken in de linkerhoek, vastbesloten om het hierbij te laten. Ik ben toch zeker geen neuroot!
Nee, maar nog even dat voetenbankje wat afduwen, alleen de hielen er op. Boeken aan de kant, ziezo.  Ja, het vereist heel wat proefdraaien.
Na tien minuten zit ik definitief.
De avond kan beginnen. Benen gestrekt, boek erbij, puzzel naast me.. puzzel? Nou dat weer, pen, waar is de pen, niemand de deur uit, o daar valt ‘ie, rolt onder de stoel. En ik moet naar de wc, waar is mijn zakdoek nou weer, die broek zit trouwens ook niet lekker, hij trekt en…

Man wende er nooit aan en bekeek het circus telkens weer met onbegrip maar toen ik het langzamerhand afleerde viel het hem niet eens op.
Mezelf ook niet, trouwens.

Wie het oudste wordt

 

Met roken stopte ik al lang
ben matig met drank suiker vlees
draag geen bont, kies katoen
mijd eetcafé’s
eet zoveel mogelijk vers
ik ben al bijna groen
en verdrink zowat in thee.
En dat niet alleen. Ik rijd
milieu-correct
een fiets zonder stroom
wijs vliegen af
draag verantwoorde kleding
stem als het moet
heb een spaarknop op de plee
ik koester mijn bonsaiboom.

Wie weet win ik een jaar
en anders maar niet.
Wie lacht niet die ons heden beziet.

Iemand ernstig nemen

Dat is belangrijk.
Het kan moeilijk zijn wanneer die iemand afwijkend gedrag vertoont, althans, naar je eigen idee.
Of je voor de gek houdt.
Zich afzet tegen alles.
Simpel lijkt/is.
Zich als interessant/ intelligent/belezen/deskundig/sympathiek/beschaafd/menslievend/vreedzaam/enz. presenteert terwijl de nep er vanaf druipt.
In voorkomende situaties wordt het lastig. Je houdt je in, inwendig lach je ze uit en soms uitwendig.
Geen nood, je kunt het leren.
Lees over, kijk en luister naar politici. Tien tegen een dat je minstens de helft van genoemde eigenschappen tegenkomt en wanneer je aandacht niet verslapt en je ze ècht serieus kunt nemen, dan ben je geslaagd.
Gefeliciteerd.
En nu andersom.

 

 

 

Een paar eigengereide haren

Er zit een haartje aan de zijkant van mijn kin.
En een onder mijn oor.
Ik ruk ze uit met wortel en al. Het helpt niet lang, ze komen telkens terug.
Laatst klaagde ik bij een paar vrouwen dat ik een baard kreeg, onmiddellijk kwam er commentaar van een paar vijftigers en een jongere. Stuk voor stuk jonger dan ikzelf.
‘Nou èn?’ ‘Is dat alles?’  ‘Dat hoort erbij’ ‘Als wij uitgaan moet ik me eerst scheren’ ‘Ik laat zo vaak mijn kin doen’  ‘Zoveel vrouwen en meisjes hebben een snorretje, daar wen je aan’. En meer van die antwoorden.
Allemaal waar en goed bedoeld, het troost een beetje en ik weet echt wel dat er ergere dingen zijn en me moet schamen voor het gezeur en blij mag zijn dat ik verders gezond ben en blij mag zijn dat mijn hoofdhaar gewillig is en al die dingen maar ik erger me evengoed aan die brutale haren in/aan mijn gezicht.
Ze trekken zich niets van me aan.
Ze groeien gewoon door.

Sparen met centen

Als kind deden we het, meestal in een dichtgeplakte Buismanbus. Centenwerk.
Ik spaarde tot ik dacht dat er genoeg inzat voor een zoute drop, een zakje zwartwit of een handje knikkers, alles voor vijf cent of een duppie.
Dan kon ik opnieuw beginnen.
Het gebruik verwaterde toen we groot genoeg waren voor zakgeld.

Jaren later zag ik dat mensen nog steeds spaarden in potjes en trommeltjes; de een hield het bij zilveren guldens, de ander bij wilhelmientjes, vijfjes, noem maar op.
Uit nostalgie wilde ik dat ook en wel op de oude manier: alleen kopergeld. Dat leek me het toppunt van tevredenheid, een spaarpot die ik deze keer wèl vol kreeg.
Van echtgenoots gegrinnik trok ik me niets aan (hij vond het bespottelijk), overal en in alle winkels wisselde ik om maar veel centen en stuivers binnen te halen en stopte ze in een mayonnaise-emmertje. Verdwaalde dubbeltjes mochten ook meedoen
Het werd een heleboel en het gerammel klonk me als popmuziek, als ik niet zo lang was zou ik er een duik in hebben genomen. Hoeveel centen zouden er wel in zitten?
Nieuwsgierigheid kreeg tenslotte de overhand, ik besloot te tellen.
Hooggespannen keerde ik de emmer om op de keukentafel, zette de leesbril op, en telde.
En telde. Hebberig en helemaal in trance.
Het werd stil in de huiskamer achter me, er werd voorzichtig gekucht door een paar gezinsleden. Het drong niet door.
Toen riep manlief, ‘Lukt het, Scrooge?’ ik keek op en hij klikte.
Tja.
De ban was voorgoed gebroken.

ps
fotootje is 20 jaar oud