Supermarkt

Een bord vol kaas
blokjes Emmentaler
hmmm dacht ik
ik haal er
drie of vier van af
en snaaide met gulle hand
liep snel naar de andere kant
om stiekem te kanen
daar strafte meteen
die bemoeizuchtige god.
Een kruimel hechtte in mijn strot
Ik hoeste -weinig discreet-
lawaaiig en tranend
een tissu vol
Iemand bekeek me vermanend
zag niet hoe ik leed:
zo iets lekkers
me door de neus geboord.
Tis godgeklaagd en ongehoord.

Advertenties

lentezomerherfstwinterlentezomer……

Je verheugen op begroeide bomen, merels, licht (dat vooral), voorjaarsbloemen en plotseling is het voorbij. Alles is groen, de merel is bijna voorzien, tulpen haast uitgebloeid.
Was dit het nou? denk ik paniekerig, wat zonde van die mooie uren. Ik heb de helft gemist. Dat is natuurlijk niet zo, ik had ze bewuster moeten doorbrengen maar dan geniet je niet spontaan.
Het is de voortsnellende tijd.
Voor je je in badpak gehesen hebt is er weer een week voorbij, tel daarbij het klaarzetten van tuinstoelen, vullen van de koelkast met fris en bier, zomerschoenen opvissen, kroppen sla inslaan, en al die zomerdingen en het is plotseling september. Zomaar, terwijl je er geen erg in had.

Nu staan we in de startblokken voor warme maanden.
Het lijkt me wel wat om het bed buiten te zetten en zodoende bewust te genieten van de zonsop- en -ondergang bijvoorbeeld, zodat ik niet onverhoeds overvallen wordt door de herfst.
Mocht ik alsnog de helft missen dan weet ik: niets houdt de tijd tegen.
En laat ik me verrassen door de volgende zomer.

Meedenken met het klimaat

’n Beetje soepel zijn, je aanpassen. Dat is het verstandigste.
Wij deden dat met de kapstok. Die hebben we indertijd speciaal laten maken met het oog op de nabije toekomst, naar een gezamenlijk idee van echtgenoot en mijzelf.
Het is handig wanneer je naast de zonnespullen ook storm/regenkleding en wintergoed klaar hebt liggen.
hier ziet U een ruwe schets zodat u het zelf kunt namaken.

Links een gedeelte voor paraplu’s, zuidwesters, bootschoenen, lieslaarzen e.d. mede in verband met de stijgende zeespiegel
Rechts hangen de berenvellen, sneeuwschoenen en het thermsch ondergoed. Een enkel hangertje volstaat, de polen smelten waar je bijstaat.
Het middenstuk is bestemd voor mooiweerkleding. Gezien de klimaatverwachting zijn daar de meeste kledingstukken voorradig. Bikini’s, zwembroeken, bikini’s, badpakken, bikini’s, pareo’s, badlakens, bikini’s. En een paar luchtige hemden, het wil nog wel eens waaien in de zomer.
Alleen het kratje bier past er niet bij, dat zetten n de koelkast.
Het is werkelijk een ideaal meubelstuk, ik kan het iedereen aanraden.
De investering waard.

Moederdag

Als kind vond ik het een feest om iets voor mijn moeder te kopen. Geld had ik amper maar ik vond altijd wel iets moois. Dat wil zeggen: wat ik zelf mooi vond.
Meestal had ze er niets aan. Wat moest ze ook met een glazen siersuikerpotje+deksel, een plastic boterkuipje, een dejeunertje met bloemetjes,  en meer prullaria. We hadden een groot gezin.
Dat waren de dingen die ik prachtig vond, ademloos wachtte ik tot ze ze uitpakte. Dan keek ik de hele dag naar dat moois al lachten de groten me uit.
Gaandeweg besefte ik dat de cadeautjes meer voor mezelf waren dan voor Moe.
Een van de broers was praktischer. Hij lachte me uit om mijn ‘rotzooi’ en kocht tenminste iets nuttigs. Zei hij. Hij kreeg dan ook meer zakgeld.
En waar kwam hij mee aan?
Met een heuse frituurpan, nu kon ze betere patat bakken. Een klein formaat, dat wel, er ging precies voor 1 persoon in. Handig!
Toen werd er pas echt gelachen.

Songfestival

De spanning, het wachten, o god wat doet U ons aan,  waaraan heb ik dit verdiend, dit lijden.
Dit… dit is onverdraaglijk.
Ik ga naar bed voor ik gek word.
En zie morgen wel hoe Waylon eindigde.
☻ ☻ ☻

Zeeziek

Tot 2003 namen we, op weg naar Zeeuws-Vlaanderen, altijd de grote veerpont Vlissingen-Breskens.
En keer op keer werd ik zeeziek.
Best jammer want het was een mooi tochtje op een imposante pont, meer een drijvend toeristenplaatsje met parkeerplaats en waar je broodjes e.d. kon kopen. Je had een mooi uitzicht en zat heerlijk.
Meestal bleef ik buiten in de hoop dat de frisse zeelucht mijn maag in bedwang zou houden. Helaas, zowel zee als lucht trokken zich niets aan van mijn maag. Gelukkig is het altijd goed gegaan in zoverre dat ik de braakneigingen kon inhouden, de vaart duurde niet langer dan ongeveer 20 minuten als ik me goed herinner. Het kon nèt.
Bijgaande foto zegt iets over hoe ik me voelde: scheel en scheef van ellende hing ik tegen de reling en zo hanteerde ik ook de camera.
Op advies ondernamen we eenmaal de rit deels over België; dat bleek voor echtgenoot-chauffeur een ramp door de heksenketel in Antwerpen, een stad die ons onbekend was. We kwamen er in en er haast niet meer uit, we hebben nooit geweten hoe we daar doorheen geraakten.
Toen kwam de Westerscheldetunnel.
Juichend reden we naar de ingang.
Na een paar honderd meter werd ik nerveus, claustrofobie ontwaakte en porde me aan.
Verdorie, dacht ik, wat nu.
De pont was moeilijk, Antwerpen nog moeilijker, moest ik nu ook nog over een besloten tunnel klagen? (6.6 km, de langste van Nedeland).
Dat durfde ik niet maar vond de oplossing in rekenen en aftellen: 60 km per uur =1 km per minuut. 6,6 km duurt 6,6 minuten. Dus hoefde ik in gedachten maar 6½ maal 60 seconden =390 te tellen en we waren er door.
In werkelijkheid reden we harder maar dit was het makkelijkst.
Het leidde af en het hielp. Zo simpel.☻

Luie dag. Of ik?

Tijd om te niksen.
Na drukke verf-, tuin- en wandelsessies alsmede een gang naar de boezempletterij (ik houd het netjes) is het rustdag.
Ja, ik weet dat rust roest. Dat neem ik voor lief.
Ik speel wat met een boek, zoek een paar woorden voor het cryptogram.
Schil een aardappel en trek het bed recht.
De lucht noodt niet tot buitenzitten, is hoogstens goed genoeg om vloerkleedjes te luchten.
Inspiratie zoekend voor een verhaaltje, een rijmpje desnoods, kijk ik rond.
De zon schijnt door het zijraam, legt misprijzend de nadruk op een stoffige plant of verbeeld ik me dat? Ik gooi de plant weg.
Het uitusten bevalt me niet, onwillekeurig komen afkeurende blikken boven, van leraren. Ik verjaag ze resoluut.
Mijn oog valt op een paar bloesjes zonder knopen, naald en draad liggen er naast. Ha, nu heb ik iets te doen tijdens het niksen.
Als ik opschiet is er nog tijd genoeg voor de bibliotheek en een gangetje naar de plantenkas. En voor het uitzoeken van een paar papieren en… en…
Blij dat de ijver terug is zet ik me aan het naaiwerk.