Zeeziek

Tot 2003 namen we, op weg naar Zeeuws-Vlaanderen, altijd de grote veerpont Vlissingen-Breskens.
En keer op keer werd ik zeeziek.
Best jammer want het was een mooi tochtje op een imposante pont, meer een drijvend toeristenplaatsje met parkeerplaats en waar je broodjes e.d. kon kopen. Je had een mooi uitzicht en zat heerlijk.
Meestal bleef ik buiten in de hoop dat de frisse zeelucht mijn maag in bedwang zou houden. Helaas, zowel zee als lucht trokken zich niets aan van mijn maag. Gelukkig is het altijd goed gegaan in zoverre dat ik de braakneigingen kon inhouden, de vaart duurde niet langer dan ongeveer 20 minuten als ik me goed herinner. Het kon nèt.
Bijgaande foto zegt iets over hoe ik me voelde: scheel en scheef van ellende hing ik tegen de reling en zo hanteerde ik ook de camera.
Op advies ondernamen we eenmaal de rit deels over België; dat bleek voor echtgenoot-chauffeur een ramp door de heksenketel in Antwerpen, een stad die ons onbekend was. We kwamen er in en er haast niet meer uit, we hebben nooit geweten hoe we daar doorheen geraakten.
Toen kwam de Westerscheldetunnel.
Juichend reden we naar de ingang.
Na een paar honderd meter werd ik nerveus, claustrofobie ontwaakte en porde me aan.
Verdorie, dacht ik, wat nu.
De pont was moeilijk, Antwerpen nog moeilijker, moest ik nu ook nog over een besloten tunnel klagen? (6.6 km, de langste van Nedeland).
Dat durfde ik niet maar vond de oplossing in rekenen en aftellen: 60 km per uur =1 km per minuut. 6,6 km duurt 6,6 minuten. Dus hoefde ik in gedachten maar 6½ maal 60 seconden =390 te tellen en we waren er door.
In werkelijkheid reden we harder maar dit was het makkelijkst.
Het leidde af en het hielp. Zo simpel.☻

Advertenties