Lucifers

Achterin de voorraadkelder vond ik een paar pakken Zwaluw. Bestoft en beragd maar ze doen het nog.
Ik bekeek ze, dacht aan de huizen die men vroeger van gebruikte lucifers maakte. Kerken, kastelen, complete dorpen werden er van gebouwd.
Er waren gezinnen waar moeder de lucifers kocht, de kinderen ze aanstreken en uitbliezen en vader er mee hobbiede en allemaal waren ze trots op hun aandeel in het resultaat. Het was een rage.

Voor mijn geestesoog verscheen de ark die ik van plan ben te bouwen. Waarom niet van lucifers? Oké, het gaat lang duren maar ik ben er zoet mee en het houdt me van de straat.
Toen dacht ik aan een houtworm, in het boek van Julian Barnes
En verwierp het idee.
Het is ook maar de vraag of een zwaluwark zeewaardig zou zijn.

Advertenties

Het haasje

Even buiten het dorp kwam ik de paashaas tegen.
Hij keek teleurgesteld en droeg een lege mand.
-Waar ga je naar toe?-  vroeg ik.
-Weg, zei hij stuurs, zo ver mogelijk. Ik laat me door de mensen niet meer voor de gek houden-
Geschrokken keek ik hem aan, -Wat deden we verkeerd?
– Dan huren ze me in om eieren te leggen, krijg ik het met veel kunst- en vliegwerk voor elkaar en denk je dat ze dankbaar zijn? Ze lachen alleen maar.-
Woest was hij (het was een rammelaar).
-Nou ja, aarzelde ik, het is natuurlijk erg ongeloofwardig. Een haas die eieren legt, een mannetje nog wel….
-En jullie dan? Een zwangere man, een meisje met een konijn als gids, vind je dat wel normaal? (Schwarzenegger in de film Junior en Alice in Wonderland, begreep ik).
-Maar, legde ik uit,  dat is niet echt, het is verzonnen. Net als de kerstman en Sinterklaas. En zo ook de paashaas, sorry.
Zijn boosheid maakte plaats voor  onbegrip.
-Verzonnen? stamelde hij. Ik? Meent U dat nou?
Ik kreeg meelij met hem, toch moest de  waarheid gezegd worden.- Jazeker, let maar eens op.
Hard kneep ik hem in zijn buik. -Huh? Hij keek naar mijn hand, kneep zelf,  nog harder.Hij voelde niets.
Opluchting verscheen op zijn gezicht.  -Dan hoef ik ook niet boos te zijn. Hoera!
-Zal ik je dan maar wegmaken? stelde ik voor en pakte alvast mijn gum.
-Doe maar, en die mand ook.
Ik veegde alles weg.
Toen alleen zijn hoofd nog over was knipoogde hij: bedankt en tot volgend jaar!