Wilhelmus?

Het zei ons niet veel. We leerden twee coupletten en zongen mee indien nodig.
We leerden ook nog dat het Duitschen bloed waarschijnlijk diets bloed was, hetgeen o.a. ‘wijs’ betekent. Best mogelijk, adel had een hoge dunk van zichzelf en de Willemen zullen niet anders zijn geweest.
Emoties voelde je er niet bij.
Saamhorigheidsgevoel heb ik maar één keer ervaren, bij een een soort tweedekeus volkslied dat voor ons veel begrijpelijker was: ‘Waar de blanke top der duinen’.  We kenden stranden en zand en duinen en hadden weet van rivieren en een bruisende Noordzee. Daar had je wat aan.
De omgeving zal meegewerkt hebben.Vijfde- en zesdeklassers van alle scholen in het dorp en omringende plaatsjes zaten bij elkaar in een grote zaal,  we mochten hardop praten en lachen,  Verkeersdiploma’s werden uitgereikt, we kregen iets te drinken en koek en er was een film. Tot slot zette de muziek in met dit lied.
Uiteraard schreeuwden we zo hard mogelijk mee maar gaandeweg werd er echt gezongen en na het laatste ‘mijn Ne-he-der-land’ viel een stilte. Ongelooflijk, in een zaal vol elf-en twaalfjarigen!
We waren ontroerd. Later begrijp je dat pas.
Dat zou Wilhelmus nooit voor elkaar gekregen hebben, zijn dietse bloed ten spijt.
Voor de geïnteresseerden:
wikipedia
youtube
Advertenties

Honds genoegen

Zorgvuldig inspecteerde ik de tuin op vergeten broodkorstjes, de prullenbak op verdwaalde kauwgom en de schuur op  wasgoed.
Er kwam een gast.
Voor iemand een verkeerde indruk krijgt, ik ben echt niet gewend om brood in de tuin te begraven, ook niet om vuile was lukraak te dumpen en al helemaal niet om eetwaar in de prullenbak te spugen.
Maar honden zijn rare beesten.
Onze eigen spaniels en basset vonden het een feest in de wasmanden te duiken en te paraderen met een geurige sok in hun bek. Met even grote bezetenheid kauwden ze zich door het afval, ze vonden gegarandeerd een snoeppapiertje en welke smeerlapperij ze uit de grond haalden kun je maar beter niet weten, ze kregen een tienjarig bot nog boven, met wurmen en al.
We hebben meer dan eens meegemaakt dat de kat een muis voor onze voeten legde en zijn vangst streng diende te bewaken omdat de hond al hebberig liep te kwijlen.
Nu heb ik geen beesten meer, maar af en toe komt er een op visite, een doddig dotje dat je hart steelt  maar mèt alle hondse eigenschappen.
Ik prijs hem de hemel in, in de hoop dat hij gezellig bij me blijft en de achtertuin over het hoofd ziet.
Ach gut.
Met graagte luisterend checkt hij alvast de prullenmanden.

Na drie zinnetjes en dertig aaitjes staat hij bij de achterdeur, krabt een paar keer en kijkt naar me.
‘Vergeet het maar,’ zegt hij. Want dat is ook typisch honds: ze kunnen praten.