Herfststorm, verslag in drie hoofdstukken. 1

Ongelooflijke dingen maakten we mee.
Het stormde.
Deuren klepperden,  de schoorsteen schudde op het dak. Ruiten rinkelden als tamboerijnen, het was opwindend en we deden wedjes welke boom het eerst zou omvallen, de lindeboom aan de voorkant of de populier op het achtererf.
Ons lachen verging toen er gekraak weerklonk en schurend gekners. Zware dingen denderden op ons neer, lampen doofden en plotseling was het stil. De storm was zo geschrokken van zijn eigen kracht dat hij in zijn schulp kroop.
Maar toen.
Vanuit het donker kwamen vragende geluiden tevoorschijn; piep? kwaak? tok? boe? Allengs moediger en weldra klonk het beestenkoor keihard. Het mekkerde en hinnikte, siste en krijste, en nog veel meer dierentalen hoorden we. Het was een vreselijke herrie. Geschrokken kreunden we mee.
Na een paar bange minuten verscheen er licht door alle obstakels, het was de hond die zover gedomesticeerd was dat hij eigenvoetig de noodaccu had gevonden.
We keken rond en zagen onze weddenschappen gewonnen en verloren. Zowel de lindeboom als de populier waren omgewaaid en lagen in de kamer, met de halfkale takken in elkaar verweven; je kon zo al zien dat deze kruising een geslaagd resultaat zou opleveren maar we dachten daar niet zo gauw aan.
We hesen ons omhoog,  verbijsterd zagen we tientallen dieren hetzelfde doen. Dom keken ze terug.
‘Hoe, wat…,’ stamelden we toen we achter drie varkens en een bibberende geit de pet van Willem Kleimans herkenden, een buurboer. ‘Effe wachten,’ riep hij terug en vocht zich los uit een kluwen populindetakken.
‘M’n boerderij ligt plat,’ begon hij, ‘ook de stallen; de beesten werden bang zodat ik ze aan de bomen vastbond. Het pluimvee aan de populier en de rest aan de linde maar er kwam een vos en toen vluchtten alle kippen omhoog; toen het andere vee dat hoorde klom het ook, uit solidariteit. Ik kon ze niet meer tegenhouden.’
‘Jaja, waar is die vos dan?’ spotten wij want wie gelooft er nou zoiets.
‘Die is opgevreten door de huisleeuw van m’n broer Sjaak.  Die moet hier ook ergens zitten…’
‘Wàt?’

Morgenavond hoofdstuk 2

Advertenties

Over tinnitus

informatie
Vanmorgen rond zes uur werd ik wakker .

Met twee of drie regels van een operetteliedje in mijn hoofd, ik weet niet precies van welke maar het is iets bekends.
Ik hoor het nu (12.15 uur) nog, onvermoeibaar rijgen de regels zich aaneen tot een geluidsketting, de enige afwisseling is dat het soms geneuried wordt, af en toe gezongen, dan weer gespeeld door onduidelijke instrumenten.
Het is een mazzeltje. Ik hoor ook wel eens liedjes van een ander gehalte, Hollandse vreselijkheden bijvoorbeeld. Dat is vervelend hoor, een volledig couplet ‘Heb je even voor mij’ doorlopend te moeten aanhoren, daar word je wel eens beroerd van.  Net als van zware mannenkoren, evenmin opwekkend.
Stationair draaiende trucks zijn ook geen pretje maar dat duurt nooit lang, na een paar uur houden ze op.
Een druk mussengetjilp is aangenamer. Vermoeiend maar je kunt niet alles hebben. In ieder geval beter dan internetgetwitter, dat is pas echt ontmoedigend.
Oplossingen zijn er niet, alleen lapmiddelen. Radio harder zetten, afleiding zoeken, gesprekken aangaan, hardop zingen met een betere song. Therapieën zijn grotendeels gericht op acceptatie.
Het is niet anders.
Je moet wel.
Maar af en toe word ik er knettergek van.