Plant, alleenstaand.

En weer hoort hij er niet bij.
Elk jaar staat hij rechtop tussen de anderen, fier, klaar om de wereld van meel en maïzena te voorzien, de kippen en koeien van voedsel en van nog veel meer
Maar ach, men ziet hem over het hoofd.
Wat hij ook zwiept met zijn bladeren, hoe hij ook roept ‘ik ben wel groen maar ben ook rijp‘ met luide stem die zachter en zachter wordt naar de wegrijdende machine, het baat hem niet.
Dan is het veld leeg.
Hij overziet de stoppels. Niet in staat zich klein te maken krimpt hij figuurlijk ineen en voelt zich belazerd. Voor hem geen machtige hakselaar, hij wordt omgehaald met een simpele handbeweging en aan de kant gegooid. Kan hij opnieuw beginnen met groot te groeien. Vol verwachting naar de toekomst uitzien.  Hopend op een mooie bestemming.
En misschien wéér voor niets. Reïncarnatie tegen wil en dank.
Hoeveel levens kan een maïsplant aan?

Advertenties