Van eikels en miniknaks

Niet nadenkend, vaag rondkijkend, zo liep ik naar de winkel.
Plotseling zag ik iets bekends op de stoep liggen.
-Hé, een miniworstje. Wie verliest zoiets nou?- dacht ik.
Een stukje verderop lagen er nog meer. Ik snapte er niets van tot ik een gescheurde vuilniszak zag waar van alles uitpuilde.
-Natuurlijk, daar komen ze vandaan- begreep ik.
Ineens viel het me op dat de hele straat bezaaid lag met miniworstjes. Wat raar.
Toen pas zag ik dat het geen worstjes maar eikels waren.
-Och ja, oktober, het is er de tijd voor-  herinnerde ik me.

Ter verontschuldiging: ze lijken echt op elkaar.  Als je vluchtig kijkt. En niet nadenkt.
Bent wat mijn moeder noemde: een doos zonder deksel. (het woordje doos had toen nog geen bijbetekenis)

Advertenties