Het moest…

Vanmiddag nam ik afscheid van een dierbaar stuk.
Ik dacht dat het me makkelijk zou afgaan, bij het definitieve moment echter prikte er iets. In ogen en hart.
Zoveel meegemaakt, altijd iets moois, zelden een wanklank.
De troost die me geboden werd was weergaloos, niet te vergelijken met wat dan ook. Ach, kon het maar eeuwig doorgaan, hoefde leeftijd maar geen rol te spelen.
Uiteindelijk huilde ik toch nog ’n beetje voor ik de stap zette.
Mijn maag maakte een rare draai toen ik de laatste woorden sprak:
‘Dag grote friteuse, ouwe reuse, je was super, ik hoop dat je opvolger net zo goed is als jij’.
In een poging hem te vergeten bakte ik een kroket in de nieuwe. Die was ook goed.

Advertenties

Korte picknick

Dit plaatje (een echte is me te eng) bracht me terug naar een zomervakantie in het Gooi waar ik bij een zus logeerde.  Op een dag stelde ze een picknick voor, op de hei.
We vulden een mand en namen een plaid.
Eenmaal op de hei spreidden we de spullen uit en daar zaten we, klessebessend en etend, genietend van de zon. Althans, ik.
Zij bleef maar rondkijken en op de plaid kloppen en na een uurtje gaf ze het op. We blijven niet lang, zei ze, zullen we koffie drinken in het dorp?
Huh?  Met voldoende drinken bij ons?
Toen gaf ze toe: er leven hier adders.
Ik vloog minstens een meter op, panisch. Dat lieg je toch?
Nee, zei ze, echt. Het leek me een leuk uitje voor jou maar eerlijk gezegd griezel ik me dood.
Anders ik wel.  Het idee.
Gehaast propten we de boel in de mand en met hoog optrekkende knieën beenden we weg, zorgvuldig om ons heen speurend.
Later, bij haar thuis, was ik nog steeds niet gerustgesteld. Ze woonde buiten de kom, er was een flinke tuin met veel groen. Wie zegt dat daar ook niet van alles rond sloop?  Zo ver was het niet vanaf de hei.
Zwager lachte me uit en begon de bekende uitleg. Ze gaan de mensen uit de weg, hoeft niet bang te zijn enzovoorts, tenslotte beweerde hij dat hij elke avond controleerde. Nou, dat hielp…
De logeerpartij eindigde zonder incidenten.
Fobisch ben ik niet maar in een buitengebied zal ik nooit op de grond of een boomstronk of iets dergelijks gaan zitten, ook niet in de bossen rondom ons dorp.