Hofperikelen (herzien)

 

Adam en Eva zijn in een crisis beland.
‘Ik vind er niks meer aan,’ moppert zij. ‘De fut is er uit. Geen vrijheid meer, en al die warme kleren aan je lijf.’
Adam zucht spijtig.  ‘Ik had het me ook anders voorgesteld.’
Eva schiet uit haar slof.
‘Ja dat snap ik. Alleen maar in de tuin blijven hangen, de hele dag verstoppertje spelen achter je vijgenblaadje, veel meer had je niet in je hoofd.’
Uitdagend kijkt ze naar hem.
‘Wat wil je dan, vrouw?  Je hebt toch zelf die appel aangenomen?’
‘Ja zeg, als je geen risico durft te nemen gebeurt er nooit wat. Dat zou jij niet gedaan hebben, hè schat?’ Giftig. ‘Maar jij zou ook niet benaderd zijn, de braafheid stond op je gezicht te lezen. Nog steeds, trouwens.’
Adam denkt na.
Dan zegt hij ‘maar jouw risico is wel de oorzaak van het leven zoals het nu is.’
Opnieuw vliegt Eva op. ‘Allicht, als ik in mijn eentje de appels uit het vuur moet halen. En wie at er graag van mee? Jij toch zeker!’
‘Nou, graag, graag, het is dat jij zo aandrong.’
‘Slappeling.’
Adam kijkt naar haar, hoort haar scherpe tong. Hij moet iets doen.
Verzoenend biedt hij aan. ‘Zal ik vanavond voor het eten zorgen? Kaarsjes erbij…’
Eva haalt onwillig haar schouders op.
‘Toe lief,  ik heb wel zin in ribstuk…’

Advertenties