boek

Nuttige Pinksterdagen

Naast het gewone leeswerk had ik deze week als extraatje twee aanraders en een nieuw boek van een medeblogster in handen. Hoe  verschillend ze ook waren, ik las ze alle drie gretig.
De beschrijvingen houd ik summier, reviews zijn op google te vinden.

De lege stad, Simone van der Vlugt   (via villasappho.)
– Lotgevallen van een jonge vrouw uit Rotterdam, Tweede wereldoorlog.
As in tas, Jelle Brandt Corstius,  (via  therese   )
–  Fietstocht naar Middellands Zee om de dood van zijn vader te verwerken
Artikel dertien, Petra Sparks,   (via petrasparks  )
– Actuele sf, spannend en eigentijds geschreven.  Het voedselpatroon… de omslag spreekt voor zich.

               

markt

Markt en meer

We slenterden door Grave.
Er was kermis -die we links lieten liggen- en een markt met van alles.
Ineens zag ik een kramer die me bekend voorkwam. Nou ja, Grave is maar tien km van ons vandaan, je ziet allicht iemand die je kent. Dacht ik en liep door.
Vriendin hield me tegen.
‘Daar staat meneer Kaktus. Hij verkoopt tassen.’
En ja, het was Peter Jan Rens.
Nog niet zo lang geleden las ik iets over zijn penibele financiën. Nu aarzelde ik, tas kopen? Nee, spijtig voor hem, toch maar niet.
Nu heb ik al twee bee-enners ontmoet en gesproken. Rene Froger (lang geleden) in eigen dorp en nu Rens.
We hebben een opwindend leventje.

 

leven

Het zal zo wel motte..

… was het gevleugelde zinnetje van een bejaarde vrouw voor wie ik werkte.
Ze was aardig en kien en had gevoel voor humor.
Om politiek, belasting en gemeentelijk besluiten echter kon ze niet altijd lachen. Die zaken vond ze lastig te begrijpen zoals de meesten van ons.
Bij het lezen van de krant vroeg ze vaak: ‘Begrijp je dat nou Bets?’ (zo noemde ze me).  Ze las alles, niet alleen de koppen maar de artikelen waren haar niet altijd duidelijk genoeg.
‘Beatrix gaat met pensioen, waar heeft zij die grote uitkering voor nodig? Ze hoeft toch niet meer zo deftig op te treden?’
Dat wist ik ook niet.
‘Heb je gezien hoeveel stallen er weer gebouwd worden? En de stank moet verminderen!’ Tja…
‘Bets, de gehandicapte kindjes van ons dorp krijgen gratis pony-rijles. Waarom? Die ouders zijn niks armer dan wij.’ Ook daar had ik geen antwoord op, ik zat met dezelfde vragen als zij.
Na enig nadenken zei ze het, ‘het zal wel zo motte.’
Ze bedoelde het niet grappig, het was haar standaardgezegde. Accepteren in het leven is nodig, zij deed het op deze manier. Het had iets gelatens.
Het klonk heel wat sympathieker dan het hatelijke chagrijn van sommig kankerpitten, excusez le mot.
Op een dag was ze geëmotioneerder dan anders: ‘Buurman wil dood. Snap je dat nou?’
Ja, maar dat ging ik niet uitleggen. De man was oud en eenzaam en op.
Ze zuchtte, deze keer echt aangeslagen. Ze begreep zijn wens niet.
‘Het zal zo wel motte.’

warm·water

Fris dagje

Het lag op de grond en was vloeibaar.
Inderdaad, dat was ik.
Minstens eenmaal per jaar overkomt het me bij een warme dag, heb ik dat al verteld?
Dan smelt ik.
Vanmorgen liep ik naar het vijvertje om het verhitte hoofd te drenken. Ik haalde het niet, net voor de rand zeeg ik ineen en verwaterde.
Toen bleef ik maar liggen, te warm om me te heropbouwen.
Het was een mooie plek. In de schaduw van een hosta, tussen kleefkruid en een druivenrank, rondom wuifden of woven een paar irissen.
De vogels die in de vijver zwommen keken verrast op. Ze beschouwden me als een veilig pierenbadje voor hun kinderen die meteen op mijn buik sprongen.
Netjes stelde ik me voor,  ‘Hatweeo, aangenaam.’
Ze zeiden niets terug, konden natuurlijk nog niet praten.
Ik lag lekker.
Af en toe blubde ik wat, blies bellen voor de kleintjes, dutte weg en werd weer wakker. Knipoogde naar een waterluis.
Een uur geleden ben ik weer in mezelf gekropen. De vogels keken sip, ik troostte ze met een verkruimeld mariabiskwietje. Hadden zij ook een geslaagde dag.
Een smelttrip, zonder papaver of paddenstoel, helder van geest blijvend en zonder last van hinderlijke naweeën.
Ik kan het iedereen aanbevelen.

 

klein nieuws

Weerpraatje

Er waren tijden dat we, voor zover dit mogelijk was, de boel de boel lieten of een snipperdag opnamen om naar buiten te gaan op mooie dagen.
Strand, zwembad, slootkant, teil, terras, whatever want het was:
mooi weer, daar gaan we van profiteren
eindelijk droog
de eerste zomerdag
een zalige zon
morgen regent het
enzovoorts.
Er kwamen wel zomers voor met langdurige droogtes en zon maar ze waren niet standaard.
Nu begint het daar op te lijken.
Elk voorjaar biedt nu meerdere  zomerse dagen, je ziet vaker palmboompjes in tuinen, warme jassen hangen antiek te worden en wanneer kochten we nog winterlaarsjes?
Nu is het:  koel vandaag dus
met de kinderen op pad
garage/kelder/vliering opruimen
fietsen

een dagje genieten
morgen is het weer warm enzovoorts.
Het is mogelijk dat ik me dit verbeeld, beïnvloed door de klimaatnieuwtjes. Ik denk het niet.
Misschien kan Trump het uitleggen.☻

tuintje

Tuintje

(Bijna)alle bloemen en planten in het achtertuintje zijn me lief maar enkelen min ik meer.

Deze bekervaren  is er zo een. Het mooist als solitair op zwarte grond. Onze grond is niet diepzwart, daarom heb ik de varen  laten inhalen door zoveel campanula’s dat hij straks op een blauw kleed lijkt te staan. Een plant waar je van alles in ziet; van bovenaf heeft hij het patroon van een spinnenweb, van opzij de vorm een bijeengebonden boeket. En dan die getande bladeren, zo fijn krijg je ze nooit geborduurd.

Papavers. Zo markant, die kleur, de vorm.

Niet voor de opium en morfine, ik zou niet weten hoe ik dat eruit moest halen. Uit nieuwsgierigheid nam ik het platgedrukte bolletje van een uitgebloeide bloem mee naar bed en legde het onder mijn hoofdkussen, ik hoopte op een bijzondere droomtrip.

De trip bleef uit. In plaats daarvan was er het uitgestreken gezicht van echtgenoot.
Hij is nu uitgebloeid. De bloem, bedoel ik.

Het fotootje van de lobelia is slecht maar geeft de juiste kleur aan, de reden waarom ik ze elk jaar koop. In de schemering lijkt hij licht te geven. Goed voor een dooie hoek .

In een drukbezette tuin sta je altijd voor verrassingen.