In de zwevende hemel

Bij het zien van de plaatjes dacht ik er weer aan.
Met zo’n zweefstoel de lucht in, dat zag er heerlijk uit.

Vaak hoorden we in de omgeving een paraglider ronken, altijd op dezelfde plek. Dan stapten we van de fiets en stonden watertandend te kijken.
Wat moet dat een ontspannende manier van voortbewegen zijn.
Niet alleen het kalme gemak waarmee hij rond ging en soms bleef hangen was aantrekkelijk, ook het geluid was goed, als een gelijkmatig pruttelende brommer. Hier zal onze herinnering aan vroeger meegespeeld hebben. En de afstand, voor de vlieger zelf was er wellicht veel lawaai.
We stelden ons een tweepersoonsglider voor met een voetenbankje, extra nekkussens, ingebouwde koffievoorziening en vooruit, pilsje tussen ons in. Handje vasthouden en zo. Brandstof tot de zee en terug.
Het leek ons de ultieme hobby maar het is er nooit van gekomen.
Gelukkig hadden we die kussens en dat pilsje thuis ook, dat troostte.

Serie. Een lange man.

Er was eens een man, zo buitensporig lang dat hij meestal met zijn hoofd in de wolken liep.
Bij alle uitzend-, modellen- en theaterbureaus stond hij ingeschreven voor afwijkende opdrachten en eenmaal deed hij een bijzonder dankbaar karweitje,  hij had de kat van de pastoor uit een populier geplukt waarmee de priester zo blij was dat hij driemaal een collecte  voor de man hield.
Regelmatig speelde hij bijrollen als reus of supermarsman, repareerde klokkentorens, snoeide alle bomen in de omgeving, fungeerde als loopplank toen de brug doormidden brak, je kon het zo gek niet bedenken  of hij had het meegemaakt. Hij verdiende goed, woonde prettig in zijn vijfblokswoning waar hij een slaapkamer had over de volle lengte, at graag kousenband in plaats van sperciebonen, zette een ploeg kleermakers aan het werk als hij een nieuw pak nodig had.
Kortom hij was tevreden.
Er was nog één ding.
Een steeds weerkerende droom waar hij inviel voor het Vrijheidsbeeld dat een lamme arm had opgelopen door de zware toorts. Fier stond hij op de sokkel en keek met welbehagen neer op de New Yorkers. Hij voelde zich groots.
Ahhhh, zuchtend  van genoegen werd hij wakker. Hij hoopte vurig dat dromen niet altijd bedrog waren.
Zo ging hij lang en bijna gelukkig door het leven.