Serie. Een hebzuchtige vrouw.

Er was eens een vrouw zo vreselijk hebzuchtig dat ze de maan zou grijpen als ze er bij kon.
Alles wat ze mooi vond wilde ze hebben, niet was er iets nieuws in de mode of ze rende al naar de winkel. Haar vriendinnen vonden het vervelend. Nooit konden ze geuren met een exlusief kledingstuk,  de vrouw ging onmiddellijk naar de ontwerper en bestelde hetzelfde.
Dit strekte zich uit tot meubilair, huisraad, vervoermiddelen, eigenlijk tot alles.
Haar huis was zo vol dat ze haar echtgenoot de deur uit deed wegens plaatsgebrek,  hij moest wijken voor de nieuwste hometrainer.
Het huis werd te klein en de garage ook, alle vertrekken waren gevuld van vloer tot plafond.
Uiteindelijk wilde ze een grotere woning hebben.
Helaas, ze had  geen geld meer.
Haar baan betaalde niet genoeg, leningen stapelden zich op. Banken en winkeliers maanden tot betaling. Zelfs webwinkels hadden genoeg van haar en deleten al haar bestellingen.
Kniezend zat ze in haar te kleine huis, ingeklemd tussen tafels, stoelen, radio’s, fietsen, kledingrekken en eindeloos veel meer. Ze staarde naar haar overvolle tuintje waarin veel meer bloemen en planten stonden dan er plaats was.
Ze bedacht dat ze in ieder geval heel veel schulden had.
Zo graaide ze door het leven.

Mooi ge-zwam

Deze heb ik nog nooit gezien, een Wimperzwam.
Jammer dat hij zo klein is, ik zou er de bank mee vol leggen in plaats van met kussens.
Uit Adri de Groot’s
Vogeldagboek.nl

Gewone wimperzwam, Scutellinia scutellata, Eyelash Cup, Pézize en bouclier, Holz-Schildborstling *
Er bestaan diverse soorten wimperzwammen, meestal alleen van elkaar onder de microscoop te onderscheiden.
Het zijn zgn. zakjeszwammen, een zeer grote groep zwammen met sporenzakjes. Altijd oranjerood of bruinrood.
Met haren (wimpers) aan de rand. Dit is waarschijnlijk de algemene gewone wimperzwam, ca. 1 cm. Prielenbos.

Mist 21. Slot.

Daar keek ik van op maar toen ik zag hoe stroef zijn gezicht stond,  begreep ik dat er veel emoties meespeelden.
‘Over de kinderen?’ vroeg ik aarzelend.
Verdriet schemerde in zijn ogen, het deed me pijn en ik stond op om hen te omarmen. Ik voorvoelde problemen, wilde hem troosten. Streelde zijn gezicht, hals, zijn rug.
‘Het is zo moeilijk Bertje, daarom stelde ik het uit en weer en weer. Het was de ultieme slechtheid van Roman die me verbijsterde,  bijna mijn rouw overschaduwde.’  Hij zweeg. Ik wachtte.
‘Je moet weten dat Camilla zwanger was van een tweeling.  Mìjn tweeling. Dat hoorde ik pas toen ze al weg was, Roman liet het me al te graag weten en nog gretiger toen ze doodgeboren werden. Hij zou haar gezondere kinderen schenken, meldde hij….’
Verder kwam hij niet, mijn voorgevoel bleek juist.
Afschuwelijke geluiden vulden plotseling de keuken. Huilende baby’s, waanzinnig gelach, weeklagende vrouwenstemmen. Ik viel op mijn knieën, mijn hoofd op zijn schoot waar hij zijn ijskoude handen over mijn oren legde. Ineenkrimpend huiverde ik van angst voor de dikke mist, die vervloekte mist.  P trok me rechtop, zijn hoofd geheven prevelde hij sussend mijn naam. Lijkbleek staarde hij,  maakte vreemde tekens, het geluid zwol aan in een laatste crescendo,  nog meer tekens maakte hij, onophoudelijk tot de kakofonie afnam. Langzaam wegstierf met een helse uitschieter, op een paar doorzeurende tonen na.
Ademloos, dicht tegen elkaar als één harteklop, keken we toe hoe de laatste dampen wervelden, de grijsheid verflauwde onder zachte mineuren. Een kleine hoge noot zuchtte, als een verontschuldiging. Toen was het stil.
‘Het is voorbij’.
‘Ja.’

Ik voelde de verandering in P.  Zijn levendigheid, de blijdschap waarmee hij me kuste, het gemak waarmee hij het eten negeerde. Het ontroerde me, ons spel was oneindig zoet.

‘Ga je mee fietsen? Naar het bos?’
Onderweg spraken we niet, elkaars nabijheid was voldoende.
Alles klopte. De vlinders in mijn buik, het weeëe gevoel wanneer hij naar me keek, zijn onpeilbare tederheid,
Voor het eerst begreep ik wat het betekende van iemand te houden.