Serie. Een ijdele man.

Er was eens een man, zo vreselijk ijdel dat hij zich nooit eens losjes kon gedragen.
Doorlopend was hij bezig met zijn uiterlijk als een ware narcissus.
Zaten zijn veters goed? Hing dat krulletje niet te wild? Paste de sokken wel bij zijn onderbroek want echt, zo erg was het met hem.
Hij was een gevaar op de weg en voor zichzelf want hij lette nog meer op zijn verschijning dan anderen op hun berichten.
Dagelijks bezocht hij minstens twee modezaken om nieuwe kleren te passen en te showen voor de spiegels.  ‘Vindt U ook niet,’ vroeg hij aan verkopers, ‘dat dit me goed staat of zou een zijden shirtje geschikter zijn? Kijkt U even of er nog kasjmier in mijn maat is…’
Winkeliers en personeel lieten hem zijn gang gaan, bekend als ze waren met zijn eigenaardigheid.
Een keer was een onervaren verkoopster, geïrriteerd door zijn gekeutel, uit haar slof geschoten: ‘Rot toch op draaikont, je lijkt wel een aap.’
Geschokt had hij de winkel verlaten maar bij de volgende etalage bekeek hij zijn spiegelbeeld met een tevreden gevoel: dan toch een knappe aap.
Zijn huis was opgebouwd uit spiegels, boven aanrecht en fornuis, op alle deuren aan beide zijden, plafonds waren een blinkende lust voor zijn oog en boven aan de trap kwam hij zichzelf tegen op de overloop. Dan groette hij waardig.
Op zomerse dagen zat hij aan oevers van plassen met helder water en viel bijna in zwijm bij zijn waterbeeld. Hij zuchtte ‘wat ben ik toch mooi.’
Zo droomde hij door het leven.

 

Nog steeds stem kwijt

Meneer Bertjens zou  voor me hebben gezongen.
– Met dank aan Wim Sonnevelds  zo heerlijk rustig

in de tuin
in het huis
niet het minste geruis
zo heerlijk rustig

om me heen
is het stil
zelfs geen krak-eierschil
zo heerlijk rustig

ik hoor het vogelkwinkeleer
en adem zachte atmosfeer

ik geniet
van de tijd
die de onrust vermijdt.
Wat is dat rustig.
==