Mist 16

‘Jou merkte ik op in mijn geest. Tegelijkertijd ontdekte ik een vrouw in de echte wereld, ze was verdwaald in de bossen rondom ons dorp.’ ‘Tante Petri?’ ‘Ja. Hoewel zij geen bijzondere signalen uitzond las ik voldoende  om te zien dat ze uit dezelfde omgeving kwam als jij. Sterker, zodra ze mij zag dacht ze aan jou.
‘Dat verzin je…’
‘Nee, in haar gedachten zag ze ons herhaaldelijk samen.’
Verstomd zag ik dat hij dit gewoon vond, niets in zijn blik wees op arrogantie.
‘Ik zorgde dat ik haar ontmoette en hielp haar op de juiste weg. De rest weet je.’
‘Nou ja, dat je met tante Petri kennismaakte en zij je uitnodigde voor een vakantie en, ja, ze leek ons graag te koppelen. Van jou weet ik nog steeds niets.’
Hij schoof een leunstoel bij en trok me op zijn schoot.
‘Eens,’ begon hij, ‘had ik een vriendin, een heel mooi meisje. Ze heette Camilla, als een echte jageres. We hadden een wondermooie tijd, toen raakte de liefde op, zo gaat dat soms. Intussen speelde Roman’s jaloezie op de achtergrond, een man die alles wil hebben wat hij begeert. Hij is een neef van de eigenaar van het dorp, graaf Vlad, wat je…..wat is er?’ ‘Graaf hoe? ‘proestte ik.
‘Ja, ik ken de verhalen. Dit is anders. Hij heet echt zo en is een van de meest kwaadaardige heersers, bijgestaan door een duivelse kliek. Een raad van, in jullie taal, keiharde klootzakken. Zíj willen de gemeenschap in stand houden, ze willen de macht houden, het verziekt ze totaal.’  Dit wist ik al.
‘Het is een aflopende zaak. Kwestie van evolutie, ook de meest afgelegen groepen ontwikkelen zich uiteindelijk en daarmee gaan primitieve gaven verloren. Onmiskenbaar.’
‘Ze proberen dit tegen gaan?’
‘Ja. Met alle middelen die ze nog hebben, afstand doen van macht is hun schrikbeeld. Ik heb je verteld hoe wreed ze zich manifesteren.’  ‘Maar jij kunt je verdedigen.’
‘O Bertje, je bent de onschuld zelf’.’
‘Ik zag het toch? P?’
Hij begroef zijn hoofd onder mijn trui.

Advertenties