Illegale stort

zoals   hier

Het is onuitroeibaar.

We fietsten en wandelden voorheen talloze malen door de bossen, langs de Maas, over de hei en keer op keer kwamen we iets dergelijks tegen.  Niet alleen bouwafval en zolderopruimingen, ook meubilair,  verroest tuingereedschap en volle vuilniszakken. De laatste waren van het oude soort, die zijn veel goedkoper dan de blauwe. En slechter want ze waren meestal kapot. Er huist nogal wat  gedierte in de natuur en die roken waarschijnlijk iets eetbaars.
Ook zagen we een paar keer zakken met pampers, niet eens verborgen, gewoon tussen de bomen gedumpt. Propvol en maar half dichtgemaakt.

Dat de troep in de mooiste gebieden gesmeten wordt is logisch: door bomen en struiken zijn de vuilakken onzichtbaar vanaf de weg.

Op één plek lagen wekelijks vier of vijf gescheurde zakken met huisvuil, maanden lang. Uiteraard ruimde de gemeente – of wie dan ook- het telkens op, de dader zal gedacht hebben dat het een ophaaldienst was en bracht nieuwe zooi. Onbegrijpelijk, in het vullis  lagen geopende brieven en enveloppes verspreid, namen en adressen  waren dus bij de hand. Toch zeker geen gezeur over privacy en briefgeheim??

Waarom doet iemand dat. Geloven ze echt dat het groen vanzelf alles verteert? Voor het geld?
Dicht bij huis? Niet naar de legale stort willen?
Dat laatste is nog te begrijpen. Lange wachtrijen, afval moet specifiek verdeeld, personeel doet zijn best maar weet het niet altijd precies.
Maar dan nog.
De natuur opzadelen met rotzooi is crimineel.

Mist 14

De vrijpartij ten spijt maakten mijn hersens overuren.
Ik kon de situatie nauwelijks bevatten. Op zijn minst was het merkwaardig de voorgaande gebeurtenissen voorbij te zien trekken. Mocht iemand me een dergelijk verhaal opdissen, ik zou hem verdenken van een onvolwassen hang naar sensatieboeken.
Liep Oost-Europa wel of niet achter op het westen? Was de invloed van de wouden en steppen inderdaad zo groot dat  bepaalde eigenschappen werden geactiveerd bij de oorspronkelijke bewoners, eigenschappen die wij paranormaal noemen? En de overige Balkanlanden dan? En Rusland? Of was er sprake van uitgekookte illusionisten die  toevallig hun draai in Roemenië hadden gevonden?  Met psychologische trucjes en zogenaamd geheimzinnige kastelen?
Nu de sfeer loom en mild was besloot ik het nogmaals te vragen.
‘P, kun je erover praten? Ze hebben je nu toch al gelokaliseerd. Ik kan je toch  helpen?’
Hij glimlachte, zag dat het me ernst was en lachte voluit.
Voorzichtig lachte ik mee. ‘Ik méén het. Als jij me dat gebaartje leert en die bijpassende woorden, kunnen we ze toch samen afweren? Dat is dubbele kracht.’
Hij stopte met lachen. ‘Weet je wat het is met jou, waarom ik lach?’
‘Dat ik een groentje ben dat mee wil spelen? Ja hoor heel grappig,’ gebelgd gaf ik antwoord, ‘maar zelfs een deskundige staat sterker met wat hulp. Desnoods de mijne.’
Hij plaagde. ‘Vergelijk het met een kleuter die zijn moeder beschermt met een waterpistool…’
‘Klets niet zo antiek. Je bent niet alleen wispelturig, je weet ook te beledigen.’
Hij lachte niet meer, keek zorgelijk naar mijn gezicht.
‘Het spijt me, Bertje. Deze plagerij, niet meer dan verliefd gedrag, heb ik nodig om mijn angst te verwerken en me op te laden voor een nieuwe confrontatie. Ik wil je niet verliezen, ik heb je nog maar pas.’
En weer werd ik getroffen door zijn ernst.