Dear John

‘Dit zijn de allerlaatste woorden die je van me krijgt..
Ik ga weg, voorgoed.
Ik heb genoeg van je, je gezeur om ‘leuke’ spelletjes, de parenclubs, je almaar eigenaardiger wensen.
De gekneusde schouder was al erg maar de hap uit mijn teen was tè genant, en je nieuwste voorstel deed me besluiten definitief te vertrekken.
Ik laat me niet meer overhalen tot achterlijke sextoeren, je gaat maar naar een bordeel al is het zeer de vraag of ze je willen bedienen. Waarschijnlijk lachen ze je in je gezicht uit.
Misschien dat een psychiater iets voor je kan doen?
Hoe dan ook, ik ga weg.
Zoek maar iemand anders voor dat triootje met Bokito.
Tot nooit,

Gina.’

Mist 13

P zei niets meer, zijn zwijgen was beklemmend genoeg. Ik zou niet graag in de schoenen van zijn vijanden staan, vooropgesteld dat deze überhaupt schoenen droegen. Was Roman wel een persoon? Een abstractie? Hoe moest ik me een ‘gedachte’ voorstellen? Of bedoelde P datgene wat hij het Kwaad noemde?
Herhaaldelijk verzonk ik in gepeins, de laatste dag had ik meer gepiekerd dan in mijn hele vorige leven. In mijn..   Er flitste wat in mijn hoofd, hoe kwam ik daar bij? ‘P,’vroeg ik geschrokken, ‘wat gebeurt er? Hoe komen mijn gedachten zo eigenaardig? P?’ Ik drong aan.
Hij keek me met zoveel warmte aan dat mijn schrik direct verdween, meteen nam een vinniger gevoel de plaats in. ‘Wie was trouwens die vorige geliefde?’
Ai.
Dat had ik beter niet kunnen vragen.
Hij vertoonde een woede zo snel opvlammend dat ik achteruit deinsde. Zijn ogen bliksemden bijna letterlijk.
Mijn god, gebeurde dit echt?
‘Bertje, terg me niet met jaloezie. Daar heb ik geen tijd voor, zij heeft niets te maken met wat jij voor mij betekent. Haar verdwijning was vooral vreselijk doordat het mijn kinderen meesleurde, je hebt geen idee van de pijn.’
Hij deed zichtbaar moeite zich te beheersen.
Andermaal kreeg ik medelijden – hoe vaak al?- en betreurde de vraag.  Toch voelde ik me in de hoek gezet en probeerde dat duidelijk te maken.
‘Luister P, ik houd van je, weet je nog? Je reageert zo heftig dat ik het straks niet meer durf te zeggen, laat staan een vraag stellen. Is dat wat je wilt?’
Hij sloeg de armen om me heen. ‘Het spijt me Bertje,’ berouwvol, ‘ik ben te impulsief.’ Primitief verbeterde ik in stilte. ‘Ik wil je niet kwetsen, nooit. Het is wanhoop om alles, dacht ik ze te hebben afgeschud, halen ze me alsnog in. Niet kwaad zijn, toe…’
Vleiend streken zijn lippen langs mijn gezicht, precies de goede manier om me mild te stemmen.
We gingen terug naar bed