Mist 11

Wie zou verwachten dat ik binnen één etmaal omgeturnd was van afwijzing naar begrip? Ikzelf allerminst, kinderlijke sprookjesfantasie was ik al jaren te boven, met bijgeloof hield ik me niet op.
Nu brak ik het hoofd over problemen van iemand die mentaal werd belaagd door draculaanse figuren omdat ze hem wilden transporteren naar Roemenië.  Als het daarbij bleef, even groot was de kans dat ze hem onthoofdden.
Door mee te gaan in zijn angst werd dit een afschuwelijke gedachte, temeer daar ik niet tot helpen in staat was.
Uit alle macht probeerde ik een ander, draaglijker pad te vinden en greep elke kans op afleiding aan.
In het café waar Trina de bierscepter zwaaide, kon ik me weer ontspannen tot er zich opnieuw vragen aandienden. Zou P echt alles opbiechten? Geërgerd dronk ik de zwartdenkerij weg met een glas bier.
Er klonk een onbekend liedje, aantrekkelijk, ‘kom,’ wenkte ik, ‘Roemenen kunnen vast wel dansen.’
‘Met jou? Wat denk je?’
Zijn handen op mijn heupen, de mijne om zijn nek, even aarzelend, dan soepel, snel en met passie. Vergeten de angst, bijna verliefd keek ik hem aan. En schrok,  zijn ogen waren donker. Toch niet weer…
Nee. Ik zag een andere uitdrukking, absoluut niet broederlijk, eerder broeiend, een blik die me deed blozen.
Vaster hielden zijn handen me, we gloeiden.
De muziek stierf weg evenals de laatste passen die we al te vurig zetten gezien het applaus van de andere klanten. Lacherig  doken we in een schuimkraag.
‘En nu? Als ik je zusje ben, ik bedoel, wil je, eh, dit kan niet.’ Hij pakte mijn hand.
‘Bertje, dat is slechts symbolisch.’ Hij klonk hees. ‘Naar huis?’ Ik knikte
Ineengestrengeld kwamen we aan, deden de trap in drie treden, we hadden geen telepathie nodig om elkaars wensen te lezen.
De nacht was vurrukkulluk.

Advertenties