Mist 10

P stond op.
‘Ga je mee? Ik heb zin om te stappen.’  Bij het zien van mijn verbazing legde hij het uit. ‘Het is voor deze keer genoeg Bertje, je kunt beter niet teveel ineens horen, echt niet.’ Haast smekend.
Aarzelend gaf ik toe. ‘Wat zullen we doen?.
‘Laten we beginnen met een biertje bij Trina’s café, daarna een film of naar club Timo, we zien wel. Oké?’
Het leek me een gunstige pauze. ‘En dan naar tante Petri’s flat? Voor de rest van je verklaring?’
Zijn gezicht betrok. ‘Alsjeblieft, laat het even rusten. Een week, minstens, sommige dingen hebben tijd nodig. IK heb tijd nodig. Ik kan niet lang achter elkaar over iets geheimzinnigs spreken omdat het misschien wordt opgevangen. Ze zitten me aldoor op mijn huid en als ik voortdurend met dit gevaarlijke onderwerp bezig ben zullen ze me inhalen tot ik niet verder kan. Je wilt niet weten….’
Hij boog zijn hoofd maar niet voordat ik gezien had hoe wit zijn gezicht plotseling wegtrok.  Onzeker deed hij een poging meer te zeggen. Het lukte niet. Ik zag het verdriet en de vreemd smartelijke uitdrukking die ik eerder in het bos bij hem had waargenomen.
Medelijden deed me opstaan, zijn hoofd in de armen te nemen en de bleekheid weg te kussen. Hij voelde strak en star aan, duidelijk niet bij zijn positieven, tot hij mijn polsen greep en wegduwde. Hij mompelde, zijn vingers gebaarden naar iets wat ik niet wist, niet kòn bevatten.
‘Het is in orde,’ bracht hij uit met een stem die langzaam weer aan kracht won. ‘Laten we de jassen pakken en op pad gaan.’ Wat moest ik zeggen.
Onderweg naar Trina babbelden we luchtig; hij maakte grapjes, ik lachte opgefokt.
Ik begreep nog steeds niet veel maar wel dat ik het beste zijn gedragslijn kon volgen. Deze aanvallen waren, begon ik te vermoeden, letterlijk overvallen van een paranormaal begaafde die hem op de hielen zat.
Hier stopte mijn denken, vond ik dit nu al gewoon?

Advertenties