Mist 7

‘Vertel op. Wat,’ vroeg ik, ‘kan een kwaadaardige geest verzinnen?’
Ondanks het hoge sprookjesgehalte vond ik de essentie geloofwaardig. Er bestaan mensen met dergelijke gaven,  in IJsland bijvoorbeeld schijnt een  eidetisch geheugen voor te komen en wie had nooit gehoord van de onbegrijpelijke invloed van voodoo?
‘Daar heb je vanmiddag een staaltje van meegemaakt. Waarom denk je dat ik zo vlug wegrende, ik weet waartoe ze in staat zijn, de duivels.  Ze doen je letterlijk sterven van angst met hun uitstraling van slechtheid of, als ze dat beter uitkomt,  maken ze je blind en doof en dan hebben ze je in hun macht. Tegenwerken is onmogelijk.’
Ik hing aan zijn lippen. Nu ik me veilig voelde, weg van mist en bos met gruweltoestanden klonk het als een goed verhaal waarin een spannend plot verweven was.
P herkende mijn sensatiezucht en stopte. Hij vond het niet prettig.
‘Het is realiteit, Bertje. De kwestie is dat ze proberen je in te lijven in hun eigen afwijkende wereld, ze vergiftigen je geest met haat, afgunst, hebzucht, perversiteiten,  eigenschappen die voor hen belangrijk  zijn. Door die gedachten zal je nooit kunnen ontsnappen en voor altijd hun macht in stand houden.’
Verbeeldde ik het me? Hoorde ik een onaangenaam spoor van duisternis in zijn stem, een gesluierd timbre als een lichte boosheid?  Was hij zelf al ingelijfd? Ongeweten op het pad naar de slechten? Lichte paniek welde op, kon ik het hem vragen?
Hij sprak verder.
‘Ze zijn bang dat je bij vertrek geheimen van de streek meeneemt, wetende dat bij openbaarmaking van bepaalde  eigenschappen ze deze zullen verliezen. En hun macht kwijtraken.’
Opnieuw overviel me het idee dat P niet meer van deze wereld was.

 

Advertenties