verhaal

Huwelijkscadeau

Voorzichtig fietst Bram naar huis. De koekoeksklok op de bagagedrager is hem veel waard, het enige waar Laura geen ruzie over maakte bij de verdeling.
==
Het was een geschenk van zijn grootvader. Opa stond bekend als een aartsvrek, hij had dan ook geen cent gespendeerd aan een cadeau.  Uitsloverig overhandigde hij de klok met een vorstelijk gebaar .
‘Wees er zuinig op,’ maande hij, ‘dit is nog puur ambachtelijk handwerk en een waardevol bezit, kijk eens,‘  uitgekookt wees hij op ontbrekende stukjes versiering en kromgetrokken wijzers, die de antiquarische waarde zouden bevestigen. ‘En je weet het, zoals het klokje thuis tikt….’
Bram denkt terug aan het gesmoorde lachen van zijn bruid en haar overdreven dankbaarheid. ‘Nee maar, grootvader, wat een wéreldcadeau; daar heb ik nou echt op zitten wachten. Doet hij het nog?’ 
‘Zodra je hem ophangt loopt hij.’  Laura was nog dieper in haar bruidszakdoek gedoken. ‘Wat ontroerend’, stamelde ze.
Toegegeven, Bram had ook gelachen. Niet van harte, opa bedoelde het immers goed.
De klok werd in een donkere hoek geplaatst. Lopen vertikte hij. ‘Ja wat wil je, als je vijftig jaar op een zolder ligt te verstoffen,’ sneerde Laura. Eens stelde ze voor: Zullen we de koekoekswals draaien als je opa op bezoek  komt?’
Ja, Laura was ontegenzeglijk een vlotte meid met originele invallen. Gevoegd bij haar sociaal gevoel maakte het haar tot een geliefd figuur in Brams kring.
Ze troostte een eenzame collega. Toen de depressieve achterneef, vervolgens een bedroefde weduwnaar. Alle lijdende mannen schonk ze opbeurende omhelzingen tot Bram genoeg had van haar liefderijke vertoon en hun huwelijk verbrak.
Na veel trammelant had ze als laatste de koekoeksklok van de muur gehaald.
‘Alsjeblieft.’ Venijnig. ‘Die mag je helemaal alleen hebben. Wees er zuinig op.’
Hij had niets gezegd, de klok ingepakt en weggegaan.
==
Boingg!  Door een losliggende klinker maakt hij een rare schuiver en weet op tijd af te stappen. Met verbogen voorwiel loopt hij de laatste kilometer.
Onder de snelbinders klinkt een angstige rinkel.
Hij kijkt naar de klok.  ‘Stil maar,  zodra je hangt loop jij ook .’
==

vervolgverhaal

Mist 7

‘Vertel op. Wat,’ vroeg ik, ‘kan een kwaadaardige geest verzinnen?’
Ondanks het hoge sprookjesgehalte vond ik de essentie geloofwaardig. Er bestaan mensen met dergelijke gaven,  in IJsland bijvoorbeeld schijnt een  eidetisch geheugen voor te komen en wie had nooit gehoord van de onbegrijpelijke invloed van voodoo?
‘Daar heb je vanmiddag een staaltje van meegemaakt. Waarom denk je dat ik zo vlug wegrende, ik weet waartoe ze in staat zijn, de duivels.  Ze doen je letterlijk sterven van angst met hun uitstraling van slechtheid of, als ze dat beter uitkomt,  maken ze je blind en doof en dan hebben ze je in hun macht. Tegenwerken is onmogelijk.’
Ik hing aan zijn lippen. Nu ik me veilig voelde, weg van mist en bos met gruweltoestanden klonk het als een goed verhaal waarin een spannend plot verweven was.
P herkende mijn sensatiezucht en stopte. Hij vond het niet prettig.
‘Het is realiteit, Bertje. De kwestie is dat ze proberen je in te lijven in hun eigen afwijkende wereld, ze vergiftigen je geest met haat, afgunst, hebzucht, perversiteiten,  eigenschappen die voor hen belangrijk  zijn. Door die gedachten zal je nooit kunnen ontsnappen en voor altijd hun macht in stand houden.’
Verbeeldde ik het me? Hoorde ik een onaangenaam spoor van duisternis in zijn stem, een gesluierd timbre als een lichte boosheid?  Was hij zelf al ingelijfd? Ongeweten op het pad naar de slechten? Lichte paniek welde op, kon ik het hem vragen?
Hij sprak verder.
‘Ze zijn bang dat je bij vertrek geheimen van de streek meeneemt, wetende dat bij openbaarmaking van bepaalde  eigenschappen ze deze zullen verliezen. En hun macht kwijtraken.’
Opnieuw overviel me het idee dat P niet meer van deze wereld was.