Een gelijkgestemde ziel

Al zo lang was ik er naar op zoek dat ik me afvroeg of hij bestond.  De echte ziel, niet eentje met dezelfde smaak voor dingen
Ik zocht overal, nergens vond ik iets herkenbaars.
Eenmaal dacht ik op Internet een toonhoogte te herkennen maar het was de ruis van een vluchtig virus.
Uiteindelijk hield ik er mee op.
Want waarom kan ik hem niet vinden?  Omdat het waar is dat geen twee mensen eender zijn al is het nauwelijks voor te stellen met zo’n massa volk van wie er weinig uitblinken in originaliteit.
En toch geloof ik het omdat ik het wìl geloven, immers, het idee dat je absoluut uniek bent is egostrelend. Een fascinerende gedachte: jij, jij, jij en ik hebben ieder onze eigen waarden en de andere miljarden mensen ook; het gezegde ‘zoveel hoofden, zoveel zinnen’ krijgt  ineens een duizelingwekkende lading.
Al typende heb ik mezelf overtuigd.
En daarom  zoek ik niet meer.

Advertenties

Je hebt nieuws en nieuws

Meteen al een paar superitems.

Een jammerlijke verhaal over het miskende Trumpje, ach arm manneke, zo overtuigd van zijn aanhang en de mensen dan weg-gelogen te zien. Geertje en Marientje mogen hem wel een speelgoedje sturen als troost, een autootje van Japanse makelij of zo.
Over Erdje daarentegen zou je je haast zorgen maken, nog 12 jaar de baas te moeten blijven over een volk van staatsgrijpers. Ik geloof dat het een Turkse traditie wordt of was,  ik geef het je te doen.-

Verder is Dijkhoff de slimste mens. Misschien helpt het hem de azc’s te beheren, ik benijd hem niks.
Adèle Bloemendaal is overleden, helaas. Dat ze de engelen niet doet opschrikken met haar onnavolgbare lach.

De rest staat in de kranten, is het vandaag niet dan morgen

Saaier maar beter nieuws was het weerbericht: kalm en zonnig, ’s nachts lichte vorst. Vooralsnog geen Friese tocht, daar zou ik als vrouw-op-leeftijd toch niet aan meedoen. Vroeger ook niet, trouwens. Gewend aan karige Zaanse slootjes en een modderige Zwetplas durfde ik me niet te meten met stoere Friezen en Friezinnen die me omver zouden rijden.
Ik houd me bij de krant.
Om er over te lezen. Eventueel.
ps
Bij het opmalen van een logje kun je een voorbeeld  bekijken. Nu staat er: ‘voorvertoning’.
Een bijzonder nieuwtje.

Het went, een slinkende familie

Er liep me een verjaardagskalender in handen van twee jaren terug.

Er stonden veel namen op van beider families.
Driekwart ervan was doorgestreept of er stond een kruisje achter.
Ik had toen een nieuwe kalender gehaald en alleen de levenden aangegeven. Het was een kort lijstje waarvan er inmiddels ook al een paar geschrapt zijn.

Het is jammer maar de normale weg; na het verdriet van alweer-een-hemelende-zwager ga je aan de afwas of schilt de aardappels. Op de duur verwacht je het min of meer, als (bijna-) jongste.
Een vrouw die ik kende liet me een donkergekleurde jas zien die ze speciaal voor uitvaarten had gekocht. Het was net lopende bandwerk, zei ze, ze hield geen familie meer over maar in ieder geval een goeie jas.

Uiteraard is het verlies van eigen man of vrouw van een andere orde, dat weet iedereen. Dat bezeert een speciale band.
Maar ik weet ook dat echtgenoot zich tranen zou hebben gelachen om die goeie jas.

Geen nieuws = goed nieuws?

Overmorgen ga ik weer meer lezen en luisteren.

19 Januari koos ik als einddatum van een paar poltitiekvrije weken. wars-van-politiek/
Daarna kan ik me overgeven aan de inauguratie van Trump en commentaren daarop.
En weer lezen over ons eigen geharrewar in een etalage vol partijen.  In maart wordt het bijna letterlijk een geval van ‘Hmmm, zal ik deze nemen, of die, en wat kost die daar…’

Inzicht in politiek heb ik nauwelijks maar nietsweten is evengoed een gemis, het vult zo’n beetje de helft van de kranten en dan de columns en commentaren nog.
Wat rest is cultuur, wetenschap en economie,  niet altijd interessant, althans niet voor mij en het dorpsnieuws kan op één  a-viertje per maand.
Andere media bieden er amusement bij maar dat voldoet zelden. Laat staan moderubrieken als koken en huizengedoe.

Natuurlijk ontkom je niet helemaal aan politiek, ik had niet echt een matglas-bril maar het is me grotendeels gelukt om het bij krantenkoppen te houden en journaals/praatprogramma’s te mijden.
En kijk, de wereld draait gewoon door.
Niet beter of slechter dan bij Matthijs.

Mooi weer

Het leek wel vakantie.  Zon, blauwe lucht, draaglijke wind.

Ondanks hoop op een strenge winter (die intussen krimpt en krimpt) waardeer ik deze lentevoorbode zeer.
Voor grondwerk is de tuin te stijf bevroren anders had ik tulpen geplant en het vijvertje opgeschoond, nu houd ik het op schaatsen, misschien morgen al. Op 1 m³ kun je een flinke haal maken, eventueel koop ik kleinere noortjes.
Nadat het achterpad was geveegd nam ik de voordeurstoep onderhanden.  Verderop in de straat was ook al iemand aan het voorjaren, hij zwaaide met de tuinschaar en floot er bij. Kennelijk waren we aanstekelijk, binnen een kwartier was  iedereen aan het knippen, plukken en schrobben, je wist niet wat je zag.
De buurkat lag te zonnen op een autodak,  een paar hondjes verdrongen zich voor het raam en keken kwispelend; zij hadden er natuurlijk bij willen zijn.
Het was een uitbundige middag waarbij we graag wat muziek hadden gehad maar ja,  het vriest nog en wie kent er nou een ijs-elijk lenteliedje.

Meer jaren – minder haren

Het is niet zo dat ik ze kan tellen.  Nog niet, ik blijf steken op een goede vijfhonderd en daarbij vergis je je gauw, daarom is het handiger de haren in de kam te turven.

Het is maar een tip.
ps
U begrijpt dat ik er gefotoshopt op sta.
Kreukels, wratten, vlekken, hangvellen, slappe oogleden, allemaal weg en wat er overblijft lijkt niet meer.

Thuiswinkelen?

Winkelreclame weer ik van de mail, nieuwsbrieven zijn niet welkom.

Ook niet met snailmail; elk wervend tijdschrift voorzie ik van de woorden ‘RETOUR AFZENDER’ en stop het terug in de brievenbus.
Soms sluipt er een blad tussendoor zoals afgelopen week. Een modeblad lag op de oudpapierstapel, natuurlijk nam ik het mee naar de luie stoel om het uitgebreid te bekijken.
Er stond veel in.
Sjonge, dacht ik na wat geblader, die trui en dat stel laarsje zouden precies bij elkaar passen en als ik deze broek erbij neem en het afmaak met dat ene lingerie-setje heb ik iets leuks voor een redelijke prijs.  Eerst verder zoeken.
Het schoenenaanbod was niets bijzonders maar ik ben er gek op (niet zo erg als Imelda). Geïnteresseerd  bekeek ik ze, twijfelend en watertandend tegelijk.  Rekenend,  eerst laarsjes kopen en nog schoenen erbij… hoewel, een reservepaar is nooit weg. Toch maar doen? Waarom eigenlijk niet, zoveel  koop ik niet voor mezelf.  Dus, Bertus?
Koffiepauze om denktijd te nemen.

Inwendig steigerde ik.  Dit is nu precies waarop postorderreclame inspeelt,  te langdurig verleidelijke voorbeelden bekijken en overstag gaan. Dan begrijp je weer waardoor veel mensen zoveel overbodige spullen hebben. Het deed me denken aan de dikke catalogus van Wehkamp, hoe verlekkerd men daarmee op de bank kroop alsof het een goed boek was. Zo werd het door velen beschouwd en letterlijk was het dat ook.

Ik bestelde niets en gooide het blad weer weg.
Noem het Hollandse benauwdheid, Brabantse zeikerigheid of hoe dan ook, ik kon het niet opbrengen iets te kopen wat ik niet nodig had. De broek en trui hoefde ik evenmin, van lingerie heb ik een kast vol. Het voegde niets toe aan sfeer, blijdschap  of geluk.
Het heeft niets met armoe te maken, ook niet met gierigheid, allerminst met potten.
Maar alles met nuchterheid. Ik zou geen andere reden weten.

Mijn Tante Truitje

Had ik haar al voorgesteld? Een lief klein tantetje op wie ik zeer gesteld ben.

De laatste keer dat ze op bezoek kwam was in een beroerde winter. Met desastreuze gevolgen.
Op een koude middag belde ze een paar keer aan – de schat hoort vreselijk slecht en alles verkeerd – ik opende de deur  en verrast schreeuwde ik luid:
‘Hallóó, tante Trúítje! Wat een énige verrassing, kom er in.’
De afstand tussen ons was te groot om met de menselijke stem te overbruggen. Ik nam de megafoon en toeterde: Kom toch binnen, tantetje, bakkie leut met een kletskoekje?’
Te hard riep ik, plotseling lag ze aan de overkant van de straat. Ik zag haar nog net de laatste paar meters zweven,  een paar fietsers bukten bijtijds. Nou ja zeg, dat ze zo mager was  kon ik niet voorzien.
Beetje slapjes, tante?’  vlug wilde ik haar overeind helpen maar ze waaide alweer een stuk verderop, ditmaal werd het riskanter doordat ze naar het eind van de straat rolde en op een drukke weg uit zou komen. O god..
Gelukkig kwam er een sneeuwschuiver voorbij waarvan de chauffeur verbaasd naar tante Truitje keek.  Geschrokken stuurde hij naar de kant en schoof haar keurig in de berm.
Tante Truitje echter was door de kou zo stijf als een plank geworden. Zij kon zich niet meer verroeren en riep om hulp. Ik vloog op haar toe en daar ik bang was dat zij opnieuw zou wegwaaien  zette ik haar vast met een gevorkte tak. Daarna belde ik een ambulance want ik zag wel dat het haar niet zo goed ging.

Men heeft haar naar een tehuis gebracht en daar ligt ze nu nog.
Beladen met schuldgevoelens en snoep ga ik iedere week  bij haar op bezoek en mijn vaste groet is, schreeuwend, “Hallo tante Truitje, daar ben ik weer.
Dan rolt ze bijna uit haar bed maar de dekens zitten goed strak.

© Bertie