Hond Anke

Heb ik wel eens verteld van Anke, de bazige basset?
Op een dag bracht man haar mee.
Nog geen jaar oud was ze al een behoorlijk bakbeest. Het zijn redelijk zware dieren op lage poten. En eigenzinnig.
Dat heb ik geweten.
Die eerste avond moest manlief weg zodat ik, toen de kinderen op bed lagen, alleen was  met haar. Ik wist niet goed wat te doen en klopte op de bank. Ze sprong er op, ze nestelde zich lekker tegen me aan. Daar viel ze in slaap.
Lekker of niet, na een poosje werd het me te warm. Zachtjes duwde ik haar opzij.
RRRRR, klonk het vanonder een hanglip.
Oei.
Wat later deed ik een nieuwe poging. Weer was het  RRRRRRRR, er ging ook een geërgerd oog open.
Bangelijk gaf ik gauwgauw een aaitje. Daarop klopte haar staart de zitting wat me weer vertederde.
Na nog een paar minuten moest ik naar de wc en wilde opstaan, langzaam en ‘zoetmaarzoetmaar’ prevelend rees ik. Onmiddellijk  RRRRRR-de ze nog harder en keek me aan, nu met beide ogen. Ik zakte weer.
De situatie werd nijpend. Ik wiebelde, Anke deinde mee, ik durfde geen vinger te bewegen tot eindelijk, eindelijk echtgenoot thuiskwam en ik op kon staan.
Anke liet zich koninklijk begroeten, de uitsloofster, man lachte zich krom.
De dagen erna raakten we aan  elkaar gewend. Ze was een van de liefste honden die we ooit hadden.
Advertenties

Vriendin, laatste deel

De juiste woorden vinden is lastig.
‘Het is altijd wat als ze zo dronken is’ zeg ik aarzelend, ‘ze schold dat ik een rotwijf ben en,’ hem peilend aankijkend, ‘dat jij goed bent in bed
Met een ruk komt zijn hoofd omhoog. ‘ Wat?? Zegt ze dat? Dat geloof je toch zeker niet? Toe, zeg dat je haar niet gelooft….’
Mijn stem trilt. ‘Jack, zij en ik, wij… sorry, we kennen elkaar tot op het bot, we kunnen elkaar bijna lezen. Ze loog niet, Jack.’
Hij zoekt naar woorden, ik ben hem voor.
‘Waarom zij, Jack, waarom die hulpeloze dronken vriendin,’ dring ik aan, ‘omdat ze zo makkelijk te pakken is? Nog steeds een mooie meid?’
Ongemakkelijk kijkt hij me aan. ‘Je zult toe moeten geven dat ze een del is al wil jij het niet inzien, ze daagt mannen gewoon uit.’
Verbijsterd staar ik hem aan. ‘Gewoon? Op iemand neerkijken en dan als prooi nemen? En haar ook nog de schuld geven? Is dat wat je bedoelt?’
‘Doe niet zo onnozel Joos, zo werkt het toch met zulke lui. Ze hebben geen moraal en drinken zich dood. Zo simpel is het.’
Het wordt me rood voor de ogen.
‘Voor mij niet Jac, ik denk daar anders over. Je kunt gaan.’
Nu is het zijn beurt van onbegrip, met grote ogen staart hij terug. ‘Dat meen je niet.’
‘Jawel. Je moet weg.’
‘Laat je onze relatie kapotmaken door dat dronken lor? Is ze voor jou meer waard dan ik? Ze heeft drank nodig, niet een naieve vriendin…’
‘En jou nog minder. Ik mag dan een kutwijf zijn, jij bent een lul. Meer heb je niet te bieden.’
Andermaal probeert hij het. ‘Joosje, zie het eens voor je. Ze zit daar aan de bar te azen op een gratis drankje en bed, dringt zich bijna letterlijk op, hoe denk je dat dat is voor een man? En wat stelt een enkel nummertje nou voor….’
‘Vanavond nog,’ snoer ik hem de mond. ‘Dit is mijn appartement en ik wil je hier niet meer hebben.’
Ik steek mijn hand uit. ‘De sleutels. Meteen.’

Na een paar dagen loop ik een paar kroegen af, ik wil haar vragen bij mij te komen wonen. Misschien kan ik haar pushen, je weet nooit.
Een tip brengt me bij het ziekenhuis waar een verpleegkundige meeloopt naar de IC. Ze haalt de schouders op.
‘Ach mevrouw, ze drinken zich gewoon dood.’

© Bertie