LunaLina


Weemoedig kijkt Lina naar Aarde.
Het schijnsel van de grote bol intrigeert haar. Het zijn verhalen van de ouden, waarvan de impact groter is dan waarschijnlijk de bedoeling was.
Ademloos luistert ze  naar herinneringen die worden opgehaald, over eindeloze dance-events met superDJ’s,  hot games  en smartphones,  scholen die spelenderwijs lesgaven via levendige schermen,  strandfeesten in Maanlicht en wild trips met vergezichten die niet onderdeden voor reality-clips.  Fantastische blingbling.
Zelfs het vervolg,  dat het Aardse geluk een zeepbel bleek en poenige providers en incompetente regeringen de boel in elkaar lieten donderen en de mensen gedesillusioneerd achterlieten, ook dat vindt ze romantisch. Ten onder gaan met een geliefde,  samen,  in flitslichten en dancings en games, moet super zijn.
De avondklok luidt en ze zucht.
Nog één maal kijkt ze naar de hemel, dan draait ze om en gaat naar huis.

Een oud plannetje duikt op. Als ze zich in een van de pendelboten weet te verbergen,  in een voorraadruim waar de juiste pakken en zuurstofvoorzieningen zijn opgeslagen, wat kan haar dan gebeuren?  Ze zullen haar heus niet overboord gooien als ze ontdekt wordt.
Ze verkent de starthaven en dubt. De New Age? Of de Old Mac? Ze denkt even en besluit te gaan.
De Old Mac vertrekt als eerste. Gehuld in een bijna onzichtbaarmakend  fiberpakje weet ze zich naar  binnen te smokkelen en te verstoppen in een ruimtepak.
Bijna stikkend van spanning doorloopt ze de fases van start, reis en landing; daarna luistert ze naar wegstervende geluiden en durft te voorschijn te komen.
Steels zoekt ze de uitgang en lift naar beneden.
Yes! Ze staat op Aardse bodem.

Er is niets greats aan.
Ze begeeft zich verderop  waar ze een stad ziet. Ook daar geen blits, geen lights, geen music. Hier en daar een paar mismoedige figuren die somber voor zich uit staren. Ze zien er chagrijnig uit. Een vrouw klampt haar aan en vraagt wanhopig: ‘Kom je van Maan? Hebben ze daar al verbinding? Please…’
Lina vlucht, ze wil niet geloven dat het zo erg is en zoekt andere straten maar overal vindt ze dezelfde troosteloze mensen die hun ziel en zaligheid verloren in de ether.
Ze begrijpt nu wat de ouden bedoelen met desillusie.
Ze is blij dat ze geen geliefde heeft om mee ten onder te nemen.

Stilletjes kruipt ze terug in haar verstekelingenplek en reist naar huis.
Daar staart ze weer naar Aarde,  met een wetende blik.
Nu staat ze met beide benen op de maan.

© Bertie

Zijn we al kerstvredig?

Of trainen we nog wat? In en rond het winkelcentrum vinden we een uitstekend oefenterrein.

Geduldig het schoppende kleutertje ontwijken, niet huilen als je naast de laatste ijstaart grijpt, kalm rondkijken in een trage kassarij (iemand rekent af in dubbeltjes, 46 euro), vriendelijk reageren op voorkruipers en tenslotte fluitend de omgejaste fiets oprapen. Stuur en spatbord rechtbuigen.
Meestal gedraag  je je automatisch op deze manier. Ingeval van drukte, haast plus een breed scala aan voordeelaanbiedingen, dat vooral,  voelen de dingen anders, gejaagder, alsof de klanten allemaal tegelijk op tijd thuis moeten zijn.
Loopt U dit traject deze dagen volgens bovenstaande regels? Vrede zij met U.

Lang geleden stond ik zelf in die rijen, eerst bij Appie voor een paar vergeten artikeltjes waaraan ik bijna een half uur kwijt was, daarna bij de slager. Hij bood biefstuk aan voor bijna niets, alleen geldig op 23 december. (Je zou hem wat doen, grr)
De klanten stonden tot aan het volgende dorp, chagrijnig loerend naar iedere toevallige passant, bang voor niets te komen.
Daar en toen trok ik mijn conclusies: kerstinkopen doe ik sindsdien lang van te voren.
Dan maar geen pudding voor halve prijs.
Wèl een prettig vooruitzicht op de te koken maaltijd, alle ingrediënten staan klaar in een vredige voorraad
ongetraind↓