De vorst arriveerde

Het gejuich van de bevolking hield niet over.
Men boog slechts het hoofd, voornamelijk om de thermometer af te lezen.
Er werden geen lopers uitgelegd, hoogstens verscheen een enkele plaid over oude knieën.
De vorst bekeek  het gebrek aan interesse; hij krabde aan een ijzig oor, dacht na en besloot de uitdaging aan te gaan.
Na een paar dagen bespeurde hij enige welwillendheid. In een van de noordelijke gebieden liepen mannen bij dag, nacht en ontij heen en weer, van sloot naar sloot, over knisperend gras,  een gepinde stok in de handen.
Ze staken in het ijs en bespraken de dikte.
De vorst knikte goedkeurend waarbij hij en passant een koude ademstoot over het land vleide.
‘Heel goed,’  blies hij.
De mannen met de gepinde stokken werden zelfverzekerder; ze gebruikten nu meerdere  malen hun telefoontjes en knikten wijs.
De media meldden zich.
De koning raakte geïnteresseerd. ‘Verwanten als we zijn…’ grapte hij intelligent met in zijn kielzog  zijn maximale waarde, de koningin.
De vorst fronste;  hij wilde enkel zijn winterkracht tonen, het volk een korte tijd sidderend laten genieten, dat was al.
Niets had hij op met de zelfgenoegzaamheid van kleine luiden.
Verstoord bekeek hij de wereldkaart.
Hij boekte en vertrok.
De mannen borgen hun gepinde stokken op.
De koning onthield zich van commentaar.

Advertenties