verhaaltje

Somber sprookje


Er was eens een mopperig volk. Men  voelde zich tekortgedaan, teveel verplicht, zelfs muziek verwerd tot een scheldpartij.
‘Je moet dìt en je moet dàt en je mag niets. Wat heb je nu nog?  Er is niks aan.’  Het chagrijn vierde hoogtij.
Tot men op een dag alle ergernissen overboord gooide en besloot te leven naar eigen inzicht. De mensen gehoorzaamden niet meer aan wetten, zij volgden enkel nog hun instinct. Ze zouden gelukkig worden.
Het leek heel wat: weg met de lasten, leve de lusten, het paradijs opende zich!

Helaas, het paradijs bleek zeer aards.
Het was  een wildwest après la lettre, hetgeen behoorlijk tegenviel zonder Hollywoodromantiek. Diefstal en moord werden onbestraft gelaten, men leefde in achterdochtige buurtschappen. Ach en wee, grienden een paar klagers,  hun  kleurloze en vodderig geluk overziend.

Buurlanden, geschokt door de domme bandeloosheid, sloten hun grenzen.
Het volk was nu op zichzelf aangewezen.
Wetteloos en vrij.
Gedegenereerd, gedesillusioneerd, getraumatiseerd.
Niemand leefde nog lang, hoogstens ongelukkig.

verhaaltje

Droste-echo


Een echtpaar heeft een familieavond georganiseerd;  genoeglijk zitten ze met kinderen,  ouders, grootouders en overopa om de antieke kachel, drankje bij de hand.  Een schaal gehaktballen blijft warm op de bovenplaat.
‘Verhalen,’ zegt  vader, ‘ er zit meer dan honderd jaar tussen  overopa en ons, laten we verhalen vertellen en vergelijken.’
Hij neemt zelf het voortouw. ‘Allemaal samen zaten we vroeger rondom de kachel, wijn en prik op tafel terwijl het konijn gaarde. Mijn vader vertelde een verhaal: Met zijn allen zaten we rondom de schouw op een familieavond, er was whiskey en siroop voor de dorst terwijl de hazenpeper pruttelde. Mijn vader vertelde een verhaal: Met een familieavond zaten we rondom de kookpot, glas thee in de hand; de soep borrelde. Mijn vader begon een verhaal: We zaten met de hele clan rondom het vuur, dronken potten bier en keken naar het zwijn dat boven het vuur hing. Vader vertelde verhalen…… ‘

huishouden

Behangen


Er liep me een verhaal over de vroegere Grote Schoonmaak in handen.
In ons nog prille huwelijk wilden wij ook eens ander behang en nieuwe kleuren in huis.
We beraadslaagden niet lang. Ook vroegen we geen advies aan ouders, die bemoeiden zich overal mee.
We gingen naar een behangwinkel en kozen een mooi dessin.
‘Hoeveel rollen?’ vroeg de verkoper.
Goeie vraag.
‘Uhm, 2 muren van vier meter lang en 2,5 hoog en 2 korte wanden min de schoorsteen, ramen en deuren……’ begon echtgenoot, hij was tenslotte de kenner, zijn moeder deed dit elk jaar..
De verkoper keek ons aan. Hij verkocht een heleboel.
Thuis zetten we tafel en stoelen aan de kant en rolden het behang uit op de grond, knipten de banen op maat en smeerden ze dik in. Tijdens het indrogen haalden we snel de snuisterijen van de muur en schoven de trapkruk aan. We konden beginnen.
We kregen het voor elkaar.
Trots waren we op ons werk,  ook dat we ondertussen de baby gevoed, verschoond en gewiegd hadden, rommel opgeruimd en afhaalchinees aten. Wie deed ons wat?
We waren piepjong.

regen

Regen


Het regende. Het regende al vierenzeventig dagen.
De mensen verloren alle zomerbruin en hun natuurlijke teint werd lichter, enigszins vaal, als te vaak gewassen theedoeken. Langzamerhand begon zich het gevaar van een gezamenlijke apathie af te tekenen,  het enige waaraan men dacht was droog beddengoed.
Het volk morde. En fantaseerde.
Waar blijft de wetenschap, professoren zijn toch zo kundig, bestaat er niet zoiets als een wolkenkanon,  een verdampkring,  een reuzentrechter die al dat water opvangt en naar de zee loost? –
De geleerden daarentegen piekerden, filosofeerden, berekenden, schreven en componeerden, al naargelang de soort kennis die zij bezaten en dat was te weinig om het volk zoet te houden.  Ze verzochten het kabinet om extra toelages voor nieuwe onderzoeken. Zij wezen ministers op negatieve psychologische gevolgen van een ontregeld klimaat en ontdekten en passant een nieuwe ziekte: RRI (Repetitive Rain Injury).
De overheid kapittelde zowel het volk als de wetenschappers.
-Gezonder eten, maande een regeringslid.
-Deo Volente, berustte een ander.
-InshAllah, viel een collega hem bij
-Gooi de Islam eruit, raadde een kamerlid.
-Verplichte  zonnedanslessen, fantaseerde een ludieke minister.
-Hef regenbelasting, riep degene die de kas bijhield.
Eenieder deed zijn woordje waarna het besluit viel zich grondig op de problemen te oriënteren middels uitgebreide adviezen.
En zo werden er commissies in het leven geroepen.
Hulp-, stuur-, atoom- en meer groepen vormden zich, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders werden ingeschakeld alsmede allochtone buurtvaders, het koningshuis gaf een diepte-interview ter afleiding, de minister-president liet een nerveus  maar jolig poepje.
Desondanks werd het droog en zonnig.
Het blééf droog en zonnig, al vijfentwintig dagen.
Iedereen kreeg hetzelfde gelooide vel, ietwat scheurig, als te vaak gebruikte schoenen  en bij het aanhoren van de mopperende boeren waren de mensen wel wijzer dan langer te wachten.
Het volk morde …

© Bertie

Geen categorie

zzzzz…..


Even onderuit in de luie stoel, meteen val ik in slaap, word net pas wakker en zie de klok over middernacht staan.  Hebben we een nachtuil als voorvader/moeder?
Interessante gedachte.
Geboren worden met een snaveltje.
OE roepen in plaats van het eerste mamma-kreetje, HOE tegen pappa. Jengelen om een dooie muis en braakballen produceren.
Of droom ik?
Het zal slaapgebrek zijn.
zon

November-decemberdagen


Nog bijna vijf weken tot de kortste dag, daar leef ik naar toe. Sterker, ik omarm kerstmis alleen al voor het idee: donkerder kan niet.
Daarna leef ik op.
Kalender en klok in de gaten houden (alweer een minuut daglicht gewonnen), naar maan en  lucht kijken, heldere hemel afdwingen, en dan is het eindelijk februari en zit je met daglicht aan de vijf-uur-koffie.  Halleluja.
Sneeuwen en vriezen? Geen probleem, het is licht.
De donkerte van december is een verschrikking, in huis tenminste.  Vanaf pakweg 16 uur ’s middags tot ’s morgens  8 uur zonder daglicht te moeten leven vind ik moeilijk.
Ik droom soms van een grot als van beren, zou dat iets zijn?
Winterslapen. Tot de voorjaarszon me wekt.
Het einde.

humor

Lachebed


Humor is de beste medicijn  las ik in een oud blaadje over mensen van wie de liefdesprestaties afnamen.
Een dubieus advies.
Wel eens geprobeerd een vrijpartij op te zetten terwijl een goeie cabaretier op het scherm zijn verhaal doet? Of een mop vertelt? Eigenzinnige
kat onder het bed vandaan moeten vissen?
Inderdaad, je lacht je suf. Tè suf wellicht.
Humor is de dood in de vrijpot.
trip

Goedkope trip. Herhaald.


Kom, dacht ik, laten we een tripje maken.
Geld geteld, hm, we haalden hoogstens het eind van de straat.
– Dat is niks, vond echtgenoot, zullen we een andere trip doen?
Wederom geld geteld; ach gut, twee droompjes in kas.
In arren moede namen we een potje champignons, verdroogden, verkruimelden en versmeulden ze in een steelpannetje waarna we er met open mond en neus boven gingen hangen. Want geconserveerde paddenstoelen,  daarvan weet je nooit precies hoe ze te consumeren.
Het ging goed, we geraakten in bijzondere sferen.
– Hmmm, die zalige warmte…
– Ik zie de zon,  ahhh, de bjoeti…
We tripten er op los.
Helaas, zoon bracht een wrede verstoring.
-Hé, waarom verbranden  jullie in hemelsnaam de keuken??

Geen categorie

Nog 1 kort bericht


EO-coryfee Andries Knevel is ziek. De 64-jarige presentator heeft in Bolivia een legionellabesmetting opgelopen, meldt de omroep vandaag op haar website. Volgens een woordvoerder is Knevel ‘goed ziek’.

Volgt een tweet van