November-decemberdagen


Nog bijna vijf weken tot de kortste dag, daar leef ik naar toe. Sterker, ik omarm kerstmis alleen al voor het idee: donkerder kan niet.
Daarna leef ik op.
Kalender en klok in de gaten houden (alweer een minuut daglicht gewonnen), naar maan en  lucht kijken, heldere hemel afdwingen, en dan is het eindelijk februari en zit je met daglicht aan de vijf-uur-koffie.  Halleluja.
Sneeuwen en vriezen? Geen probleem, het is licht.
De donkerte van december is een verschrikking, in huis tenminste.  Vanaf pakweg 16 uur ’s middags tot ’s morgens  8 uur zonder daglicht te moeten leven vind ik moeilijk.
Ik droom soms van een grot als van beren, zou dat iets zijn?
Winterslapen. Tot de voorjaarszon me wekt.
Het einde.

Lachebed


Humor is de beste medicijn  las ik in een oud blaadje over mensen van wie de liefdesprestaties afnamen.
Een dubieus advies.
Wel eens geprobeerd een vrijpartij op te zetten terwijl een goeie cabaretier op het scherm zijn verhaal doet? Of een mop vertelt? Eigenzinnige
kat onder het bed vandaan moeten vissen?
Inderdaad, je lacht je suf. Tè suf wellicht.
Humor is de dood in de vrijpot.

Goedkope trip. Herhaald.


Kom, dacht ik, laten we een tripje maken.
Geld geteld, hm, we haalden hoogstens het eind van de straat.
– Dat is niks, vond echtgenoot, zullen we een andere trip doen?
Wederom geld geteld; ach gut, twee droompjes in kas.
In arren moede namen we een potje champignons, verdroogden, verkruimelden en versmeulden ze in een steelpannetje waarna we er met open mond en neus boven gingen hangen. Want geconserveerde paddenstoelen,  daarvan weet je nooit precies hoe ze te consumeren.
Het ging goed, we geraakten in bijzondere sferen.
– Hmmm, die zalige warmte…
– Ik zie de zon,  ahhh, de bjoeti…
We tripten er op los.
Helaas, zoon bracht een wrede verstoring.
-Hé, waarom verbranden  jullie in hemelsnaam de keuken??