Tegenwicht voor de spinnen


Wat was dat mooi, dit familieoord.
Pa en moe woonden er,  schoonmama.
Alle broers en zussen van beider families, met wederhelften en kinderen. Ze waren hier thuis; genietend van de zachtaardige sfeer die in de lucht hing, in de bomen en bloemen, in de warme zonnestralen en de geur van  hoog gras die zelfs in de winter bleef hangen.
We zongen de toptwintig;  bijen zoemden mee en met vriendelijke wespen dronken we gezamenlijk uit glazen zoete wijn en aten vegetarische reebouten.
Een man passeerde; hij bekeek onze familiewoonst met duidelijk verlangen. We wenkten hem zich bij ons te voegen.
Hij kwam, zag en vertrok.
Hij geloofde niet in sprookjes.

Advertenties

Spinnen. Slot


De spinnen schrokken wakker van deze bekende kreet. Wat, oorlog?
Naarstig overlegden ze. Hoe zich te weren tegen dit gevaarlijke offensief?  Een lastig vraagstuk.
Ze vonden een oplossing in hun op-één-na machtigste wapen:  de griezelarij.
springspin-voorzijde-kop-phidippus_pius_eyesZe verlieten hun schuilplaatsen en toonden zich. Sommigen met grote ogen, anderen met flitsende rugkruisen of bizarre kleuren. Enkele diehards hieven dikke harige poten maar allemaal bewogen ze zich rennend met zenuwslopend gewriemel, inspelend op menselijke angst.
Een aantal mensen deinsde prompt achteruit en viel flauw; anderen slikten en kwamen terug met lasers en spinaziemessen, ze lachten de spinnen manmoedig uit en hakten de webben door met strijdkreten en bijlen om ramen en deuren te bereiken. De spinnen wriemelden nog harder en kropen over armen en gezichten. Het werd een grote  pan.
Tot er eindelijk ergens een luik open viel. Schreeuwend  begaven de mensen zich naar buiten en richtten brandslangen op de indringers.  Ze zongen ‘We are the champions’, ze hadden het hem gelapt! Veilig tot de volgende herfst en dan zouden we wel zien. Helden waren ze.

Wat konden de spinnen anders doen dan ook naar buiten gaan? Ze groepten bij elkaar en vertrokken naar bos en hei, warme plekken in woningen  wegzettend in hun dromen. Ook zij waren zielig.
Ze sjokten langs berm en gewas. En toen, onverwachts,  riep de voorste: ‘Heeee, recht vooruit een onbemand mensenhuis!’
Hè? Echt waar?
Dat was de oplossing. Weliswaar zonder warme plekken maar beschut.  En,  wie weet, heel misschien, per ongeluk, toch, een ietsepietsie zwarte stroom? Voor ‘n ietsepietsie behaaglijkheid? Je weet maar nooit….  Ze dromden rond de voorste.
En opnieuw klonk het
‘LET’S GO!’
====

Spinnen deel II


De mensen echter zagen het anders. Verslagen bekeken ze de opdringerige webben, fobischen doken onder hun dekbed.  Opgesloten zaten ze, alle in- en uitgangen waren dichtgekleefd met taai spindraad. Het was vreselijk zielig.
Tenslotte kwamen ze bij zinnen; worstelend met plakkerig spinsel sloegen ze groot alarm.  De Burgemeester, CdK, overheid en leger werden ingeseind.
Helaas, crises hadden voorrang: vijf december naderde en de koning scheen armlastig.
‘Joh, spinnen in de nacht , die, eh, brengen vette kracht,’ giechelde de minister-president.
‘Spinnen zijn nuttig,’verklaarden arachnologen
‘Alle dieren tellen mee!’ foeterde Marianne.
’Laat ons bidden,’ vroomde een gelovige en een andere seinde reeds een imam in.
‘God schiep mens en dier,’ begon een marine-aalmoezenier.
Ja, daar hadden de ingespinde mensen niets aan.
In arren moede   zochten ze zelf naar oplossingen. Ze gebruikten visvliegen als lokaas en googleden op spinnenfluisteraars, zelfs opgerolde kranten kwamen er aan te pas.
Niets hielp afdoende,  slechts een enkel dom spinnetje liet zich platmeppen of opvreten door een hond .
Tenslotte whatsappte een dappere de rest om de slag aan te gaan. ‘Alles wapens zijn toegestaan, pas alleen op met vlammenwerpers.
LET’S GO!’
===
Straks het laatste deel.