Bang? Nee toch…

Volle maan.  IJselijke dingen komen voor. Toch niet echt? hoop ik.
Schrikachtig luister ik naar de nacht.
Niet hier, mompel ik mezelf gerust, dat ritseltje is een dakduif, het schijnsel  een manestraal , het gehuil is de buurbaby en –
‘Oh ja? Hahahahaaa….
Verstard lig ik daar en luister. Iets sluipt grinnikend onder het bed door. Plotseling staat het naast me.
Dodelijk bang staar ik naar gele ogen en punttanden, voel nagels langs mijn gezicht.
‘Had je niet gedacht hè?
‘Ga weg ,’ fluister ik.
Het ademt walgelijke walmen en grijpt mijn arm. Panisch stomp ik in het gezicht, en weer, tot het wezen me loslaat en verdwijnt.
Vloekend en slissend.
Rillend sta ik op, wat een rotdroom.
Ik sluit het raam, veeg wat zand weg… zand?  Met een pootafdruk??
Dan val ik flauw.

Boek Anton Valens

Geen roman, geen plot, alleen een reisverslag over Beijing en wàt voor een!
Valens stipt alles aan, van milieu tot industrie en wat daartussen en -naast ligt zonder saai of langdradig te worden, integendeel, hij biedt een indringende kijk op Beijng, maakt een lange treinreis, beschrijft zonder vooroordeel en met droge humor de mensen die hij ontmoet, en de ongemakken van alles wat anders is dan wij gewend zijn.
Van Dis is al groot in reisverhalen,  Valens is anders maar minstens zo goed.

Misschien een voordeel voor sommige lezers: het is een kleine uitgave en niet te dik,  hanteerbaar in bed of luie stoel.
In dit↓ review staat het uitgebreider beschreven.
   ik-wilde-naar-de-rand-van-beijng/