Joe Speedboot


Voor de vierde of vijfde keer ben ik begonnen aan Joe Speedboot van Tommy Wieringa en ben van plan het nu helemaal uit te lezen.
Het gaat me moeite kosten maar het moet, misschien zie ik na tien jaar eindelijk het licht. Tot nog toe twijfel ik daar aan. Bijna op de helft zijnde is me opnieuw hetzelfde gevoel bekropen als bij het lezen van zijn columns in De Gelderlander (die ik las tot begin dit jaar): hij boeit me niet.
De personages op zich herken ik, stuk voor stuk zijn ze levensecht. Toch komen ze als geheel niet goed over, op de een of andere manier passen ze niet; behalve hoofdpersoon Fransje  komen ze niet uit de verf. Blijkbaar zie ik iets over het hoofd.
Een lange recensie is hier niet aan de orde,  ik ben geen literaire deskundige.
Tommy Wieringa is een goed auteur maar hij ligt me niet. Daar houd ik het op
Advertenties

Vroeger, toen alles beter was?


Dat schijnt  te hebben bestaan volgens sommige mensen, je leest het hier en daar.
Er moet een overzichtelijke wereld zijn geweest, vroeger. In hùn vroeger.
Een eigen land dat iedereen bbb bood, waarin ideale zorgtoestanden heersten, doorlopend naasten-  en dierenliefde beoefend werd en de natuur nog ‘natuur’ was. Kinderen waren gehoorzaam en alle ouders kenden feilloos het opvoedersvak. Eventuele problemen waren voer voor politici.
Buitenlanders bestonden niet, men sprak één taal.
Waarom kende ik dat land niet? Waar lag het dan? Ik ben hier geboren en opgegroeid en zou het toch moeten kunnen vinden?
In gedachten rijd ik de omringende plaatsen af, in alle windstreken, buitengebieden en dichtbevolkte regio’s en zoek daar herinneringen aan vroeger. Dat zijn er velerlei, goede en slechte maar nergens tref ik dat grote geluksoord dat er moet zijn geweest.
En waarnaar ik nooit liefhebbers terug zie gaan.  Voldoende reden om aan het bestaan ervan te twijfelen.