Dorstige ouderen

Mevrouw, dit is een straatonderzoek over het eet- en drinkgedrag onder ouderen, mag ik U wat vragen?
— Ja hoor vraag maar op.
U bent nog steeds slank, volgt U een dieet?
— Nee.
Hoe doet U het dan?
— Ik eet en drink.
O ja?
 — Dagelijks een half sneetje brood en drie portjes bij de lunch, soms vier.
O my god…
 — Als tussendoortje een paar rumbonen. Een matige avondmaaltijd, daarna komt de rest van de  port op tafel. Mijn man heeft liever een jongetje, de lieverd. Hij leeft ’n beetje in het verleden.
(Slik)En U voelt zich goed?
  — Naar omstandigheden. Op je tachtigste schuurt het hier en daar, dat is begrijpelijk hè.
Ja, dat zal wel. Lijden Uw hart en bloedvaten hier niet mee?
  — Nou, dat weet ik niet hoor, dat is aan de huisarts. Ik ben kortademig, heb moeilijke voeten, vergeet wel eens wat, net als mijn  moeder en opoe. Heel zielig, ze waren nog wel zo braaf, de stumpers. Maar goed, ze stierven in fatsoen.
Bent U niet bang voor een ziekelijke oude dag?
  — Jongen, ik bèn ziekelijk en oud en voor de helft versleten. Moet ik soms de evenwichtsbalk op?
Nee, maar toch, zo zorgeloos met Uw lichaam om te gaan….

— Vino pellite curas*
Eh, pardon?
  –Dat leer je nog wel. Dat hoop ik voor je.

  ==========
*Verdrijf de zorgen met wijn. – Horatius
Advertenties

Al wat menselijk is


In een van de heetste zomers zat een vriendin dagelijks met haar zoontjes bij een grote vijver.
Toen haar man weer eens chagrijnig thuiskwam van zijn werk, mopperend  op de hitte, riep ze geërgerd:
‘En wij dan?  Denk je dat het leuk is elke dag aan dat kouwe water te moeten zitten.’