koken en vakantie

Schat, ga jij even naar de bakker? Het brood is op.
– Okee.. tot zo.
Ben je nou al terug?
– De bakker is met vakantie en de supermarkt is op slot.
Echt waar? Nou, dan leen ik wel wat bij de buren. – Krijg nou wat,  links en rechts zijn ze niet thuis.
– Zullen we een aardappelsalade maken? Smaakt toch ook?
Goed idee maar de piepers zijn op.
– Dan haal ik een zakje. – Barst. De groenteboer is  met vakantie…
Nou zeg, dat  valt me tegen. En de slager? Voor een biefstukje.
Ben al weg. – Nope. ik vraag me af of we nog wat te eten krijgen vandaag.
Ach wat, we hebben elkaar toch?
– Klopt,  je bent om op te eten, jammie…  maar de vettent is ècht lekker.

Advertenties

Jaloezie

tiende gebod
Hier past deemoed.
Ondanks pastoor, nonnen en katholieke opvoeding kende ik wel degelijk naijver.
Kind zijnde had ik graag het mooiere speelgoed van andere kinderen willen pikken als ik gedurfd had.
Als tiener voelde ik peilloze afgunst wanneer een rotmeid mijn afgod binnen hengelde.
Ook in mijn baantje had ik liever het mooiere werk van een collega.
En meer van dat.
Helaas, ergens om vragen of moeite voor doen, dat lag me niet zo, gezwijmel in jaloezie verdiende ik dan ook niet.
Zo sukkelde ik naar mijn twintigste tot de juiste man zich aandiende. Nu had ik het voor elkaar; de jongen die ik wilde en veel van me hield tot in de eeuwigheid amen.
Nu hoefde ik nooit meer jaloers te zijn, wat een rust.
Een volwassen gedachte, vond ik zelf 😉