bloemen

Nachtschone

nachtschone 16Belle de nuit. Zo genoemd omdat ze zich ’s nachts opent.

Hierdoor en mede door de geur van foute zeep heeft ze een ouderwetse bijnaam in meervoud: hoeren. Klinkt niet vriendelijk maar hebben bloemen een keus?
Het maakt mij niets uit wat ze in het donker uitvoeren, ik vind het gewoon knappe bloemen die bereid zijn overal te groeien. In zon, schaduw, regen, droogte, elke grondsoort.
Zulke vrije vrouwen wilde ik graag binnen hebben; ik knipte een paar takken af en zette ze in een vaas.  Benieuwd of ze zich  in de huiskamer ook zo welig toonden.
Tegen middernacht wachtte ik in spanning, ogen en neusgaten wijdopen.
Het viel tegen; slechts enkele bloemen lieten zich zien, flauw geurend.  Ik bootste de nacht na en draaide alle lampen uit.Het hielp niet. Niet genoeg bezoekers?
Nu weet ik niet wat ik met ze aan moet. Weggooien? Laten verpieteren? Met vaas en al buiten zetten?
Ik weet het niet en laat ze staan.

vervolgverhaal

Verliefde buurman 6

‘Frànk? Ga weg…’
‘Ja. En Len, een vreemd mens, leg ik straks uit. Tot zo.’

‘Hoi mam, dag mamma, weet je wel mam, kijk eens mam….’ Het gebabbel leidde me af; knuffelend en luisterend loodste ik de meisjes achterin en reed naar huis.
Toch keek ik in de spiegel. Niemand die me volgde, we kwamen veilig thuis; ik zuchtte van opluchting. Meteen stoorde ik me aan mijn overdreven gedachten.
Volgde? Op de achteruitkijkspiegel letten? Eén irritante buurman en een raar wijf, het maakte me bezorgd maar moest ik om die reden politiegedrag vertonen? In het gesprek met Willem zou ik er een grap over maken, rechercheur Martje in de bocht.

We hadden het een paar uur gezellig. We aten samen, ze kletsten zonder pauzes en ik hoorde het laatste schoolnieuws, hun lieve en onhebbelijke eigenschapjes. Je zou niet geloven dat er narigheden waren. In feite raakte Frank en Len zover op de achtergrond van mijn denken dat ik opgewekt Willem belde en vroeg of hij tijd had voor een gesprek en misschien wilde Olga erbij zijn? Wie weet had ze als buitenstaander een andere kijk op de dingen.
‘We willen natuurlijk komen maar wat is er aan de hand? Iets met de kinerern?’
‘Frank.’
‘Frànk? Ga weg…’
‘Ja. En Len, een vreemd mens, leg ik straks uit. Tot zo.’
Terwijl ik koffie klaar zette vervaagde het probleem nog meer; waarom me kwaad maken om Frank, hij snapte nu dat ik hem de baas was; waarschijnlijk zouden we er om lachen.
Prrrr, whatsapp. Ik opende en las: –Heb je mannetje al gebeld? ☻-
Neeee, idioot mens, ze was toch klaar met me?  -Enfin, ik heb mijn best gedaan-  En dan die zwarte smiley. Wat een kreng. Ik brieste.
We zouden niet lachen, vreesde ik, opspringend bij het horen van Willems auto.

© Bertie
Wordt vervolgd