Verliefde buurman 4

‘Kinderen? Die deed ik sowieso de deur uit, dan heb je je handen vrij.’

‘Het eetcafé bij de kerk, vindt U dat wat?’ stelde ze voor. ‘Dan kom ik over een half uurtje.’
Haar stevige voorkomen en ronde gezicht wekten vertrouwen en ik stemde meteen in.
Rondom me turend reed ik de parking af, geen Frank te zien. Opgelucht gaf ik gas.
Onderweg piekerend. Misschien beter de kinderen een paar weken bij moeder onderbrengen? Of bij Willem, mijn ex? Dan kon ik een paar stevige gesprekken voeren met Frank, eventueel advies vragen aan, ja aan wie eigenlijk? Politie? Die ziet me aankomen. Hoewel, hij gedraagt zich hondsbrutaal.
Ook de opmerking over mijn adres spookte door mijn hoofd.
Ik besloot met Willem te overleggen; zijn vriendin Olga was de beroerdste niet en zou zeker begrip opbrengen.
Hierna voelde ik me iets beter; bijna opgewekt kwam ik thuis, ruimde de boodschappen op en reed naar het eetcafé.
Ze was er al en wenkte. ‘Ik heb koffie besteld, oké? Voor we het vergeten: ik heet Len Landsem,’ lachte ze. Ik stak mijn hand uit. ‘Martje. Martje Cornelissen.’
‘Meteen maar ter zake?’ vroeg ze.
‘Graag. Ik kan wel wat raad gebruiken. Wat denkt U, zal ik de politie inschakelen? Of eerst met Frank praten? Die buurman, bedoel ik.’ Ze keek zuinig. ‘Politie, tja, ze doen niet veel. Heeft U niemand anders?’
‘Jawel, met exman en zijn vriendin hebben we een goede band. Over de kinderen en zo.’
‘Kinderen? Die deed ik sowieso de deur uit, dan heb je je handen vrij.’
‘Pardon?’ Het kwam bot over of kwam het door de manier waarop ze het zei? Aarzelend knikte ik.
Ze zag het. ‘Sorry Martje, ik liet me even gaan. Er is ook zoveel gebeurd indertijd….’ Ze veegde een plotselinge traan weg. ‘Maar je kunt ze echt beter uit logeren sturen als dat mogelijk is.’
‘Misschien, het is zo drastisch, ik bel toch eerst Willem op.’
‘Zou je dat wel doen?’ Weer merkte ik de hardheid op.
Hoe kon dat, bij een zo uitgesproken moederlijk type?

-©Bertie
Wordt vervolgd

 

Advertenties