Rossini’s kattenduet

Nog één voor vandaag.

Advertenties

Over ambities

Die heb ik niet. Nooit gehad.
Het mag een wonder heten dat ik een paar diploma’s heb,  die van zwemmen bijvoorbeeld, en een van school. Natuurlijk was ik trots op een mooi punt maar een iets lager vond ik ook goed.
Op handwerk-,  gymnastiek- en kabouterclubs blonk ik nergens in uit, waarom zou ik, en wie zegt dat het me zou lukken?
Slechts een paar maal werd ik bevangen door competitiedrang, met  verhalenwedstrijden. Een paar keer won ik, mijn werk werd geplaatst in een bundeltje en ik kreeg het thuisgestuurd als bewijs. Sjonge. Ik wist niet wat me overkwam.
Dat was genoeg. Het gebeurt nog maar zelden dat ik iets instuur; het idee dat meer dan een kwart miljoen amateurs hetzelfde doel hebben doet me inzien dat de winkans te klein is om me daar druk om te maken.

Nederland heeft er niets mee geleden en de rest van de mensheid ook niet.
Als een boek van mijn hand de wereld zou redden, ja dan.
Dan begon ik er gister nog aan.

 

De ene krant is de andere niet


Sinds De Gelderlander (Wegener) samenging met het Algemeen Dagblad is de krant veranderd. Het streeknieuws is ongeveer hetzelfde, de rest ziet er ’n beetje luidruchtiger uit. Er staat ook meer in, veel overlijdensadvertenties en zo. Er zijn een paar columnisten bij gekomen, ze boeien me maar matig. Al met al vind ik de prijs niet in verhouding staan tot de inhoud al  is het natuurlijk ook een kwestie van smaak.
– Nu heb ik DG verruild voor een ander, dat gaat met een krant heel wat makkelijker dan met een man. Met ingang van 1 juli, voorlopig voor een jaar, dat moet lang genoeg zijn om te wennen en te waarderen.
Zo niet, dan weet ik niet wat ik ga doen, misschien lid worden van Denksport. Een puzzel is soms interessanter dan het nieuws.
Eventueel begin ik weer met een fabeltjeskrant; voor anderen een saai blaadje, voor mij  grappig werk.
ps
–Het AD is in zoverre acceptabel dat je niet bang hoeft te zijn voor telebaggeraar te worden uitgemaakt . Heb ik meegemaakt.

Veilig


We zitten weer goed in ons dorp wat betreft veiligheid, nog steeds in de braafste zone.  Zie
Misdaadmeter l
Fijn idee.
Opgelucht ga ik naar bed. En de buren en volgende straat en die daarna natuurlijk ook.
Toegegeven, een moordje meer of minder zou het leven spannender maken maar ik wil niet ondankbaar lijken.
Hier blijf ik wonen.
Saai maar zeker.

Bamaan


Vorige week was het zomers.
Een beetje te vroeg; we verbazen ons nergens meer over, we accepteren en profiteren slechts van de mooie kanten.  Het klimaat is nu eenmaal in beweging en dat is altijd zo geweest.
Maar wat we nu in de lucht zagen was nieuw voor ons: zelfs de maan past zich aan.
Heeft natuurlijk met de tijd mee willen gaan, ik snap dat wel, en de vorm aangenomen die het beste bij hem past, heel logisch.  Hoe hij het oplost met hongerige engelen is de vraag; wij merken het vanzelf als er alleen een schil aan de hemel staat. Daar kan niemand over uitglijden, dat is alvast een positief punt.
Alleen het licht zal verdwijnen en daarmee de romantiek. Dat is jammer maar och, we troosten ons met een bananensmoothie.

Het wachten is op een coole zon al lijkt me dat tegenstrijdig. Hij zal moeten zoeken naar  een moderner bijwoord.

Wijde wereld

Zestien was ze, mooi en wijs.
Buurmannen loerden maar ze prefereerde de snelweg om liftend de wijde wereld te ontdekken.
‘Ga je mee?’ lonkten de truckers.
Ze stapte in en betaalde met een belofte; ‘wacht maar af, het komt goed.’ Van truck naar truck ging ze, tot ze een plek vond zo wijdwerelds, verder kon niet.
‘Oooh,’  zei ze, ‘wat mooi, hier blijf ik’.
Een pandje was zo gevonden, een uithangbord snel geschreven:
‘Kom in mijn wijde wereld. Truckers vijftig procent korting.‘ Zo loste ze haar beloftes  in.
Ze werd rijk, nam meisjes aan maar bediende de truckers persoonlijk.
Want, besefte ze,  juist in de wijde wereld is nauw contact belangrijk.
Door deze wijsheid werd ze op handen gedragen.
Tot in haar graf.

© Bertie

Hoe zwart mag zwarte humor zijn?

Een heikele kwestie.

Ik bedoel geen onfrisse seksmoppen, ik heb het over de dood.

In een vroegere schrijfclub werd zwarte humor niet op prijs gesteld, het werd door een groepje als ‘te hard’  ervaren. Spot over de dood was not done. Dat het een seniorenclub was zal misschien meegespeeld hebben, je zou maar met een halfversleten hart rondlopen en harde grappen over een kerkhof moeten lezen. De andere helft trekt dat beslist niet.
Een moeilijke zaak is ook de kleur van deze humor. Macaber, sinister, luguber, dat zijn, in dit verband, de associaties met zwart.
Is een liefhebber dan automatisch een gestoorde griezel? Er zijn mensen die dat aannemen, in hun optiek is lachen om de dood gelijk aan het oproepen ervan, op zijn minst uitdagend. Bij dat laatste denk ik eerder aan sommige regeringsleiders maar dat is een andere zaak.
Uiteindelijk weet ik nog steeds niet hoe zwart zwarte humor mag zijn.
Pekzwart, zwarter – zwartst, lichtzwart, doorschijnend zwart, zwart randje,  zweempje zwart,
of zal ik gewoon mijn eigen gang gaan met het gevaar te worden opgesloten?
In dat geval hoop ik op bezoek. Met zwarte drop in plaats van een fruitmand.

vers van hebzucht


Ik miste dingen die’k niet had
en nooit bezitten zou
een nieuwe tas in wit-met-blauw
pianoles
regenlaarzen in het rood
een knuffelbeer
ze maakten mijn verlangens groot.
Toen kreeg ik boeken
met  verhalen
van
kinderen, ze stalen,
armoedig in hun rafels
de moeders  stil en ziek
een oma leed aan rimmetiek.
Ik las en las
opdat ik maar zou snappen,
mijn wensen moest ik schrappen.

Het hielp geen bal
nog steeds mis ik
de dingen die’k niet heb
en nooit bezitten zal.

© Bertie

Boompje

-Goed, schrijfster worden had ik niet in me en van tuinieren had ik ook geen verstand.
Maar voor dit boompje zorgen kan ik in ieder geval, vooral ook door de mooie naam: witte amandelboom, een prunussoort.
Het is een beeldje, dat opvallend klein blijft; na ca tien jaar niet hoger dan zo’n 60 à 65 cm met voor het eerst één opschietende tak. Misschien heb ik het de eerste jaren te vaak verplaatst; al dat uitgraven en herpoten moet een aanslag zijn geweest op een zijn/haar gestel.  Naar iemand me vertelde zou het een heuse boom moeten worden, blijkbaar doe ik het niet zo goed als ik zelf denk..
Het geeft niet, ik vind het mooi zo, grote bomen passen niet bij een rijtjeshuis.
Daar krijg je maar onenigheid van.