Over god en geloof


Dacht ik een onderhoudende familieroman in handen te hebben, stuit ik op de tweede pagina al op ‘God is bezig om duidelijk te maken dat ik je heel hard nodig heb‘. Bedoeld als liefdesverklaring.
Ik slikte maar zette door.
Het was een tragisch begin; een gestorven baby, slecht huwelijk, verse weduwnaar en binnen het eerste hoofdstuk waren alle gedupeerden al verzoend met hun verdriet omdat ze, ieder voor zich,  begrepen dat het ‘gods grote geheel‘ was waar ze weliswaar niets van snapten  maar met een vormelijk woordje van protest toch aanvaardden. De ware gelovigen.
Daarna legde ik het boek weg, wetend dat de spanning uit het verhaal zou zijn. Zulke boeken vind ik vreselijk, oervervelend  en bovenal beschamend

Waar die aversie tegen een geloofsgetuigenis vandaan komt weet ik niet; uiteraard werden we op de Lagere School overvoerd  met katechismus, preken, zonde, bidprentjes en kerkgang maar dat werden de andersdenkende kinderen ook.
Toch leken wij roomsen (reeds in de jaren ’60) minder eerbiedig tegenover het geloof te staan dan de buurkinderen van andere gezindten. Spottender en brutaler ook.
Zou de katholieke god overdreven veel aan magische macht toegeschreven zijn?
Om de mensen in een maagdelijke zwangerschap te laten geloven is natuurlijk niet meer van deze tijd. Net zomin als het idee van de communie, een gestileerde vorm van kannibalisme.
En dan nog het celibaat, een onmenselijke zaak om dit levenslang te eisen.
Dit -en meer- is alles bij elkaar een onlogisch mengsel van geloofspunten dat een gemiddeld ontwikkeld mens ongeloofwaardig, soms zelfs lachwekkend voorkomt.
Misschien is dat de oorzaak van mijn hekel aan genoemde boeken.  Maar andere religies hebben ook zo hun eigenaardigheden en die worden wèl gerespecteerd. En katholieken werden door andere groepen weer als losbandig gezien.
Ik kom er nooit uit, de vraag komt herhaaldelijk terug.

Advertenties

Zen en de kunst van het overdrijven


Het was me het maaltje wel.
De uien waren zo sterk dat ik tranen te kort kwam.
En dan die geslepen messen, ze sneden mèt het vlees de plank aan repen.
Ook de aardappel was bijzonder, er was voor vier personen stamppot van 1 exemplaar. Hij was dan ook gerooid in Grootebroek.
–Dat doet me denken aan de kleding van een zware mevrouw die we daar kenden; als het buiten koud was school het complete gezin onder haar mantel. Ze had 7 kinderen. Haar man dronk om zijn massieve zorgen te vergeten en maakte meteen kennis met meneer Korsakov die hem een handje hielp. Alleen de zware katers bleven een lastig bijverschijnsel, het gebeurde wel dat hij blies tegen de hond die prompt in katzwijm lag door de kwalijke dampen.–
Maar nu over de maaltijd.
Bij de stamppot aten we nu splinterbraadstuk. Heel lang gesudderd want ongaar eikenvlees kan je maag aantasten, zodanig dat er nieuwe loten in je lijf gaan groeien en hoe moet je die dan weer omspitten.
Daarna pudding van verse karnemelk met rozijnen. Daartoe voerden we eerst de koe licht-beschimmeld gras, zeer aanbevelenswaard, pan eronder en karnemelken maar. De rozijnen waren nogal gewoontjes; eerst wilden we ze laten wellen in de koe maar ze zouden te moeizaam uit de spenen komen.We aten ze daarom simpelweg droog  en  baalden er behoorlijk van, het stro was niet aan te slepen.
Dit was de maaltijd van vandaag.

Verliefd, verloofd, en de kat….


Een logje over geuren bij  Ans  deed me onmiddellijk denken aan een idioot voorval op onze verlovingsdag.

Vóór het feest begon kwam aanstaande met een cadeautje: mijn lievelingsparfum Soir de Paris in het grootste flesje dat hij kon vinden. Een vrij zware geur, die indertijd populair was.
Daar was ik erg blij mee, verguld zette ik de fles op het dressoir.
Korte tijd voor we de visite verwachtten hoorden we opeens een vies prrr-geluid en roken meteen een onbeschrijfelijk- smerige lucht: de kat had stiekem in een hoek  gepoept. Misschien ziek van de parfum of opwinding.
We vlogen allemaal op; pa, moe, zus,  zwager, broers, aanstaande, struikelend met emmers en dweilen maar de stank bleef.
Zenuwachtig keken we naar de klok, de toestand werd nijpend, ieder ogenblik kon de bel gaan.
Toen, in opperste nood,  greep aanstaande de Soir de Paris van de kast en spoot de fles leeg in de bewuste hoek.
Het hielp, de parfum overwon.
Daarna wilden we de kat op het matje roepen maar die was hem gesmeerd.

Zondag werd vrije dag

De zondag was nog min of meer heilig in de jaren vijftig; niet alleen werken, ook zwemmen en fietsen was verboden.
Alle gelovigen gingen die dag naar de kerk, lopend, meer een soort wandelmars  zonder stopwatch. Katholieken en  christelijken vormden de hoofdmoot, ieder naar hun eigen dienst.
Wij kinderen verveelden ons suf. Eerst moest je mee naar de mis die lang duurde. Daarna gingen we buitenspelen; omdat de kleren netjes moesten blijven bleef het bij gedwongen rondhangen want zondagse jurken en broeken waren van alle gezindten. We waren blij als pa en moe ons meenamen voor een wandeling naar het park.
En toen, op een dag, mocht er gefietst worden op zondag. Later ook gezwommen. Het werd een heuse vrije dag waarvan je mocht profiteren. Een zaligheid, temeer daar we als roomsen de eerste waren.
Raar dat zoiets je bij blijft, het triomfantelijke leedvermaak tegenover andersdenkende buurkinderen: wij mogen  fietsen en zwemmen en jullie lekker niet.
De zege was van korte duur, na luttele maanden (of weken) gaven dominees hun gemeentes dezelfde vrijheden. Kerkelijke gezaghebbers ontkwamen er niet aan, zeker niet in de geïndustrialiseerde Zaanstreek.
Geloof het of niet, ondanks  mijn scepsis betr. de bijbel komt deze stap nog af en toe bij me op
Hoe blij we hiermee waren.

Smoothies

  • Ergens las ik voorbeelden van diverse smoothies, een soort shake van yoghurt/ijs/room of water gemengd met fruit of groente.
    Er zijn suiker- en zuivelvrije, tropische, al of niet opgesierd met stukjes fruit bovenop, dieet- en supergezondversies en tientallen andere variaties. Afhankelijk van de smaak.  Google er op en je vindt duizenden recepten.
    Ik neem aan dat het een uitkomst is voor ouders wier kinderen niet graag fruit en groenten eten; op deze manier krijgen ze in ieder geval de nodige vitamines. Voor mensen met slechte -of zonder- tanden lijken ze me eveneens nuttig.
    Maar toch.
    Als ik zie hoe een papje wordt gebrouwd van kostelijk fruit en verse groente denk ik: wat zonde van dat lekkere voedsel. Alsof er een maaltijd tot babyhapjes verwerkt wordt.
    Maar ja, tegen nieuwigheden valt niet altijd op te boksen.

Over smoezen


Daarvan zijn er vele en iedereen maakt er wel eens gebruik van.
Kleine kinderen zijn er goed in, met een stalen gezicht verzinnen ze ter plekke een leugentje om ‘wandaden’ te verbloemen, om aandacht te krijgen of omdat ze zich zielig vinden..
Bijna alle vaders, moeders en andere opvoeders zullen dit herkennen.
Als ouder heb je soms ook een smoes nodig.  Sinterklaastijd, slecht-volk-waarschuwingen, bijvoorbeeld . Daarbij is het belangrijk  een heel goede te verzinnen om niet verdoemd te worden wanneer de kinderen achter ‘de waarheid’ komen.
Op school hadden de meeste smoezen betrekking op te laat komen,  in de brugklas in Zaandijk werd gewoonlijk verwezen naar ‘de brug stond open’ en bij nietgemaakt huiswerk was het ‘geen tijd wegens te lang wachten voor de brug’.
Strafwerk volgde steevast; er waren daar zoveel bruggen dat je er rekening mee diende te houden. Dan was er nog  ‘fiets kapot’,  ‘bus/trein te laat’ en één keer zei een  jongen: ‘de meid heeft me niet geroepen’.  Grote hilariteit in de klas, temeer toen bleek dat er inderdaad van een dienstmeisje sprake was.  
Eenmaal beland in Oost-Brabant kon ik niet met openstaande bruggen aankomen, hoogstens was het druk op de weg tijdens de bietencampagne.  Maïs- gladiolen- groente- en aardappelrooi telden absoluut niet mee,  daarop kwam dezelfde reactie als die in Zaandijk: dit is geen excuus
Doordat ik intussen gegroeid was tot een principiëel niet-liegend pubertje,  zei ik gewoon de waarheid  toen ik eens  -voor de hele klas natuurlijk- op het matje geroepen werd: ‘we zaten zo gezellig na het eten’.  Stoïcijns onderging ik het gelach.   Toch verbaasd, dit was wat het was en nu werd ik niet geloofd.
Een goeie smoes was wijzer geweest.
In de jaren erna ging het om een heel ander soort smoezen. Daarover later.

Nog hogere hooikoorts?


Rondsjezen in een pausmobiel, dat lijkt me het toppunt van pret.
Ik zie het al helemaal voor me. Rijdend door het dorp, dak open, gehoorzaam chauffeurtje. En dan sta ik daar, rechtop en met wuivende gebaren, natuurlijk heb ik een heel grote pruik op waarvan de lange haren me kleden.
Een hedendaagse Godiva
Geshockeerde buren en kennissen, angstighuilende honden, een enkele vlotterik die terugzwaait. Great!
Of op de snelweg, moet ook geweldig zijn, de pruik wapperend om me heen gedraaid en automobilisten die met de koppen uit hun raampjes hangen, denkend dat ze aan een highway-neurose lijden. In gedachten beleef ik dit ademloos.
– Een golfkarretje kan natuurlijk ook maar zo’n ding heeft geen glamour. Het oogt armoedig en is absoluut niet geschikt voor een denderende diva . Het wuift ook niet lekker, je zit er sullig naar misslagen te loeren, lange haren fladderen maar wat, half uit het karretje; grote kans dat er een golfbal naar binnen vliegt en wie moet die dan uit de tisten van de pruik vissen? De caddy zeer zeker niet want hij beroept zich waarschijnlijk op de golfpersoneelsbond en zegt dat hij dat niet hoeft. Klaar ben je.
Hoop gedoe.

Het zullen droombeelden blijven.
Het kan ook een vroege zonnesteek zijn, vanmiddag sliep ik er uren in. wie weet wat er zich in mijn brein nestelde.

Over de grens


Vanmiddag winkelden we in Duitsland.  Daar is het altijd prettig rondkijken, op je gemak ondanks de drukte.
Uiteraard zijn de lage prijzen in sommige zaken welkom (bedenkelijk maar dat is politiek), wat zo plezierig is, is de houding van de mensen. Zowel in supermarkt als in kleding- of wat-dan-ook-zaken is het gedrag over het algemeen kalm. Of is het gewoon fatsoenlijk?
Ook in de goedkoopste winkels wordt nauwelijks gerotzooid, artikelen worden bekeken en weer teruggelegd en niet gesmeten of uit de handen laten vallen. Men stapt opzij voor elkaar, er staan geen gezinnen te schreeuwen, zelfs in een McDonalds gaat het er rustig aan toe.
Nu gaan we meestal naar grensplaatsen als Goch, Emmerich of Kleve; hoe het in de grote steden is, weet ik niet.
Daar is de trend misschien  meer westers.  Niet te hopen.