Kalm aan of opschieten?


Het kwam voor dat ik als een idioot met de plumeau zwaaide of anderszins  te keer ging in het huishouden.
‘Wat ben je weer druk,’ zei echtgenoot waarop ik meestal antwoordde ‘des te lekkerder is straks de luie stoel.’
Hij vond dat een foute opvatting; als ik niet zo haastig werkte zou ik minder moe in die luie stoel ploffen.
Hieraan dacht ik bij het lezen van dit↓ citaat van Rem Koolhaas (architect), zijn weerwoord op de vraag waarom hij vaak zo gehaast was. Let op de laatste zin.

Uiteraard heb ik geen denkhoofd als Koolhaas noch zijn artistieke kwaliteiten en beroep maar ik begreep wat hij bedoelde.
Zoals ik het rondom me zag was het -en is het misschien nog-  een veel voorkomend werkmodel: zo vlug mogelijk de nodige plichten uitvoeren om meer tijd te vergaren voor moeilijker, interessanter dan wel ontspannender zaken.
Het zal van alle tijden zijn.
Terugkomende op mijn man herinner ik me dat hij er anders over dacht; hij vond zijn werkwijze verstandiger. Kalm aan, dan kom je uitgeruster toe aan de rest.
We zijn er nooit achter gekomen wie gelijk had omdat we beiden bij ons standpunt bleven.
Ik denk er het mijne van.

Die eerste zon


De afgelopen dagen deden me denken aan een vroegere bruiningssessie. In de  allereerste voorjaarszon.
Na vorst- en sneeuwellende was het een sein om mooi te worden (we waren nog erg jong) en ik zette een stoel in het achtertuintje, gezicht naar het zuiden geheven en handen in de zakken want zo warm was het nu ook weer niet.
Buurvrouw kwam naast me zitten. Zo genoten we samen.
Er passeerde een wolk, een kleintje. Daarna een grotere. We vloekten zachtjes  maar versaagden niet. De warmte erna voelde dubbellekker warm.
Een enorme donkergrijze dreef voorbij , langzaam-langzaam, halt houdend in ons warmteveld maar we hielden stand, vesten dichtgeknoopt tot aan de kin.
Bij de volgende zonsverduistering gaven we het op.
Morgen beter, zeiden we tegen elkaar.

Echtgenoot hoorde me in bed klappertanden en deed het licht aan.
‘Je bent vuurrood, ben je ziek?’
‘Zonnebrandje…’

Waar we zijn zonder de zweeftrein


Blaadjes, vierkante wielen, sneeuw, wind.
Waarom zet de NS niet een paar techneuten in om een vliegtrein te bedenken?
Zoiets als een amfibievaartuig.
Zodat een trein bij genoemde overlast onmiddellijk een of ander stijgsysteem in werking kan stellen.
Vleugels, staart en motoren bijvoorbeeld, geleend van KLM, schiet me te binnen.
Of aan elke wagon een luchtballon. Die je tegelijkertijd op kan blazen, niet met een gassig vuurtje maar met een snelwerkende superballonnenpomp, ik noem maar wat.
Wat dacht je van een geschakeld elektronisch stijgsysteem; één zuchtje wind en hup, omhoog.
Vraag desnoods Gates om advies; hij verzon allerlei om mensen’s gedachten te peilen, de combinatie trein-wind-hup moet een makkie voor hem zijn.
Stel je de zaligheid voor.
Je zit in de trein en de wielen slaan op vierkant. In plaats van te bokken zweeft het complete voertuig rustig omhoog, er komen obers langs die zweefkalmerende drankjes of kauwgompjes aanbieden en zachtjens landt je in het station van bestemming.
Niemand zou je geloven maar de gedachte is groots.

Inhoudsloze ernst


Het wordt tijd voor ernstiger zaken dan loze logjes.
Tenslotte tel ik er de jaren voor, nu kan ik het verstand aanspreken.
Ik begin.
Serieus dus.
Ehm, even denken.
Oké.
Kijk, het zit zo, eh…
(kom op Bertjens, niet zo trutten)
…dat ik vind …
..eigenlijk het volgende enne….
Verdorie, ik ben het al kwijt.
Pfffft, het valt tegen.
Waar zou dat verstand nou zitten? Is het er wel? Een hoofdlek?
Toch spijtig, leef je je hele leven naar deze jaren toe (later als ik wijs ben…), grijp je mis.
Nu krijgen die holte-ontstekingen van vorige week een heel andere lading. Die bevonden zich natuurlijk in de hersenen en riepen om aandacht, ze hadden doodgewoon honger! Stel je voor, al die jaren zonder voedsel, de stumpers.
Straks meteen het abc uit mijn hoofd leren, hebben ze alvast wat te kauwen.

De Verschrikkelijkweinige Sneeuw-man


De sneeuw deed er uren over om slechts een doorschijnend laagje aan te brengen.
Mensen wreven zich in de handen, door de ramen turend, wachtend op een wintersfeer. Sneeuwballengevecht bij maanlicht, ahhh…
Tegen schemertijd echter was de laag nog steeds te min; men berustte en sloot de luiken. Er waren tenslotte ook schaatswedstrijden op de televisie.
Buiten, waar het zo stil was dat de vlokken hoorbaar neerzoefden, verscheen een gedaante. Van straat tot straat liep hij, via het centrum naar alle richtingen en terug maar vond niemand om de weg te vragen. Hij zag er eigenaardig uit in zijn dikke bontjas, het gezicht diep verdoken in de capuchon.
Tenslotte bleef hij staan in het park. Ook daar was de stilte enorm, echo’s klonken bij het ademen.
Hij haalde een telefoon tevoorschijn, belde en gromde:
‘Met Yeti, kan iemand me ophalen? Niets te beleven hier.’

En zo gebeurde het dat de mensen opschrikten van rare geluiden, de straat op stoven en een gedaante zagen touwklimmen naar een sneeuwkist met de aanduiding Himalaya-Express.
Ademloos keken ze toe en zwaaiden met zakdoeken.  ‘Sfeervol, dat toestel,’ zei iemand.
Allemaal knikten ze.

Oude krullen

 –
-Waar zijn je krullen?  vroeg de kapster.
Goeie vraag.
– Ze werden te lang, dan zakken ze uit, zei ik.
Dat gebeurt nu eenmaal op zekere leeftijd .
Ik zie het er nog van komen dat mijn buik over de knieën hangt en mijn billen tot de kuiten reiken. Kleurige veters door de zijkanten en het is een leren midi-rok.  Help me onthouden dat ik tijdig een moedige naaister/chirurg inschakel.
Maar alle gekheid op een stokje (zeer ouderwetse uitdrukking), we blijven geen zestien, zelfs geen zestig. Dat laatste moet je trouwens zo snel mogelijk voorbij zien te komen wil je serieus genomen worden.
Het zou ook niet passen, die knipperwimpers tussen hangwangen en wat dacht je van kalknagels in dunne sandaaltjes?
Nee toch?
Het zij zo.
Enfin, kapster deed haar best en verrek, na de knippartij had ik weer krullen.
Ja dan..  die sandaaltjes..  misschien..

Webcam


Deze laptop heeft een webcam. En een microfoon. Net als de meeste internetapparaten.
Gebruikelijk, immers? Beveiligd en uitgeschakeld. Verder dacht ik er niet over na.
Tot ik een paar weken geleden las dat iemand via een Trojaans Paard deze opties zomaar kon activeren zonder dat ik dat zou weten. Was ik vergeten.
Meteen vloog ik op (lontje krimpt nooit), checkte een en ander en werd bij voorbaat nijdig op Trojaanse gluurders.
Ze zouden niet veel anders zien dan een Bertjens die typte, berichten las en weblog controleerde. En misschien een gezicht.
Maar toch, een rot idee.
Er zit nu een plakband voor de camera, voor de zekerheid heb ik een zwarte zakdoek eronder gevouwen. Achtdubbeldik.
Zo kan ik ongezien mijn tong uitsteken en andere gekke bekken trekken.Wie zich daarvoor interesseert is niet zozeer Trojaans als wel gestoord.

Gelijkenis


Valt het jullie ook op dat Trump iets weg heeft van onze koning? Natuurlijk alleen van gezicht, dat spreekt.☺
Vanaf het begin van Trumps verkiezingstrip  zag ik het, toch hoor of lees ik het nergens.
Heb ik slecht zicht?

Foto’s heb ik niet,  ze zijn bekend genoeg.