Over muziek


Radio Luxemburg, hoorde ik iemand jubelen, dàt was nog eens een zender!
Daar was ik het mee eens; 12-14 jaar zijnde omarmde ik alles wat vlotter (woord van toen) leek en soms ook was, dan ons eigen dooie Hilversum. Vooral Engelstalige zangers en zangeressen bewonderden we.
Bovendien gleed het Amerikaanse geknauw soepel in onze Zaanse oren. My love of main lief, zoveel scheelde het niet.
Toen vertrokken we naar Oost-Brabant. Daar hoorden we, naast Elvis vaker schlagers; Conny und Peter. Gitta Lind.
Undsoweiter.
Toegegeven, Duitse liedjes liggen makkelijk in het gehoor, een paar ervan waren best aardig van tekst. En Catharina Valente kon prachtig hard uithalen. Maar het was heel erg niet mijn smaak.
Intussen waren er ook een paar mooie Franse zangers, Julien Clerc bijvoorbeeld  een beeldje om te zien en te horen.
Als extraatje zongen nog paar lessen klassieke muziek door het achterhoofd, heel minimaal maar net voldoende om de bekendste stukken te waarderen. Een kenner van welke soort ook werd ik nooit, ik luisterde slechts, eventueel zong ik mee. Zachtjes natuurlijk.
Uiteindelijk verzandde mijn smaak in een rommelig geheel van alle soorten muziek, van snelle rechttoerechtaan drums tot  romantische ballads en alles daartussenin.
Van   InZaïre-Johnny-Wakelin   tot Streets-of-Philadelphia-Bruce-Springsteen  
Daartussendoor zwerft een pianoconcert (link laat zich niet bewerken)
https://www.youtube.com/watch?v=Yya-rNwuxnc&list=RDYya-rNwuxnc
of een Moldautje

Nu eerst  het Journaal, ook  interessant.

Voorjaar in de nacht


Ook ’s nachts kun je hunkeren naar de lente.

Weliswaar zie je de  kleuren van voorjaarsbloemen vager,  toch voel je het aan.
Bedsokken en nachtpon zijn te warm (lach niet, ik draag beide),  de vroege ochtend biedt meer licht,  koffie pruttelt opgewekter.
Nog een paar dagen en dan…
…en dan een krantje zonder de grote lamp nodig te hebben.
Daar droom ik nu al van.

Uit: De Fabeltjeskrant.

Krantje uit een vorig Bertjenstijdperk.  Zieltogend maar nog levend.
_
‘Om aan de klachten van Pegida cs tegemoet te komen heeft de EU, op aandringen van de Nederlandse en een paar Oost-Europese regeringen, besloten een deel van Europa ter beschikking te stellen aan alle migranten uit Afrika en andere contreien waarvan de bevolking in zeden, religie en huidskleur afwijkt van de gemiddelde West-Europeaan.
Over de locatie beraadt men zich; gedacht wordt aan een à twee vierkante kilometer op het platteland van Frankrijk, Ierland of Spanje maar andere landen kunnen zich alsnog melden. De EU komt instromers tegemoet met subsidies voor omheining, bewaking, semi-perrmanent woonmateriaal, graszaad en andere eetbare gewassen, eventueel met met leningen op gunstige voorwaarden.’