zomer- en wintertijd

Zomer/wintertijd


Hoewel ik geen bijzondere last heb van de wisseling vind ik het jammer.

Mager ochtendlicht weegt niet op tegen schemer in de late namiddag, voorbode van vroege donkerte. De dag is definitief om, weg herfstachtig gevoel, geen tussenuur meer van twijfel: kaarsen of meteen de lamp aan?
De winter is nabij  terwijl november nog niet begonnen is.
Dat tussenuur vind ik juist een typisch aangenaam herfstverschijnsel, meer nog dan stormen, slagregens en voorzichtige nachtvorst.

Ik weet wel dat mijn gevoel niet gelijk loopt met de kalender maar na jaren van verlengde dagen ben ik de realiteit enigszins kwijt en de zomertijd gaan waarderen.
Waarom is dit niet blijvend, de verschuiving van één enkel uurtje. Zijn de nadelen te groot?
Het zal wetenschappers aan het denken zetten, theorieën omgooien, geleerden bezighouden, en nog veel meer maar ons bovenal dat fictieve uurtje extra daglicht schenken in de maanden september en oktober.

boek

Boek over vluchtelingen


Op 14 september (Vluchtelingen en boekvraag) vroeg ik me af aan welk boek  de vluchtelingenstroom me deed denken.
Zojuist kreeg ik het antwoord van Grady, het is
De Ontelbaren, auteur Elvis Peeters.
De inhoud staat beschreven op http://www.librisliteratuurprijs.nl/2006/peeters
Het is een beklemmend verhaal waarover ik verder niets zal verraden; prachtig boek.
Nogmaals hartelijk dank, Grady.

Het wordt met verschillende omslagen gepresenteerd.
   

orkaan

Orkaan Patricia


Mexico verwacht haar; een storm als nooit tevoren aldus de voorspelling.

Ik probeer me in te leven; bedenk situaties waarbij ook wij ramen moeten dichtspijkeren en loszittende tuinhuisjes gaan schoren, geen rondslingerende tuinmeubelen laten liggen en vooral de kat binnenhalen.
Losliggende dakpannen en versleten schuttingen worden natuurlijk vergeten om het maar niet over de plastic golfplaatjes te hebben waarvan we een afdak maakten met hier en daar een uitgeleuterde schroef.

En dan de aanwaai… WOEF,  alles vliegt de vernietiging in.
Het lijkt me een ellendige ervaring die ik nooit hoop mee te maken.
herfst

Mooi najaar


Vanmiddag liepen we ergens door een winkelstraat, zo maar, genietend van de zachte lucht.
Een verademing te wandelen met de jas open en een licht maar nietstorend motregentje ondergaand, hier en daar een terrastafeltje waaraan niemand zat maar dat toch vriendelijk stond te wezen.
Echt zo’n milde herfstdag die je verzoent met de tijd. Stormen en slagregens komen later, dode takken leven nog.
De betere soort herfst.
huishouden

Huisvrouw

Dat is het woord waaraan ik status ontleen.

Een andere benaming is er niet voor een vrouw die geen baan buitenshuis heeft. Nu stelden vroegere buitenshuise baantjes niet veel voor dus is het geen punt dat ik later opnieuw huisvrouw werd net als in de eerste jaren van ons huwelijk. In die tijd was ik ook  pedagoge, verpleegkundige, tuinvrouw, fietsenmaakster, kokkin, naaister, kortom, een multitaskster waaraan een huidige opschepster niet aan kan tippen. Vermoedelijk zou een huisvrouw er haar hand niet voor omgedraaid hebben haar kinderen van hun blinde darm af te helpen als het zo uitkwam.
Huisvrouw dus.
Niet dat ik het was, ik spéélde het slechts; op enkele karweitjes na vond ik het een moeilijk beroep en spiegelde me aan de ervarener buurvrouwen om de spelregels te volgen. Zo wist ik uiteindelijk wanneer het ramenlappen aan de orde was, leerde de bedden-verschoonscène en hoe de was wit te houden. Uiterst nuttige lessen want zo kreeg ik het spel onder de knie.
Dat schonk een soort voldoening die me matig voldeed maar ook dat leerde ik.

Nog herinner ik me de ultieme trots bij een zorgvuldig gestreken stapel luiers zo wit,  bijna verblindend en waarin de babies amper in durfden te poepen. Niettemin groeiden ze op in redelijk geestelijke gezondheid.

Nu ben ìk de ervarene.
En spiegel me opnieuw. Aan de jonge stellen die geen tijd hebben zich druk te maken om gestreken theedoeken.
Zij kennen de spelregels veel beter.

Geen categorie

Bodega

DSC06019–    

“Gezellige plek hè,  het heeft effe geduurd voor de
loop erin zat maar nu is het hier een vlotte boel. Wat wil je ook, alle wijn gratis en niemand die je wegjaagt behalve een ouwe kat maar die is zo goddeloos lelijk dat hij zich alleen ‘s nachts durft te vertonen. Hé, buurman, wou je ook een wijntje? O, je houdt het bij brood, jongen je weet niet wat je mist. Ik neem er wel eentje in jouw plaats. Snaaisnaai, gossiemijne, gelijk nectar, nog eentje toe, pffff, effe dimme voor ik van de tak af lazer. Van de andere kant, mag het ‘n keertje? Straks is het afgelopen. Welja, we  gaan ervoor.
Ze hebben maar één soort en dat is meteen de beste, man o man, je weet niet wat je proeft; zoet met een stevige bite, eh, achterondergrond, een Midi-toefje met een vleug Kaapse Moezel, nou ja, zoiets,  de scherpe blik verwaast enigszins.  Ik pik er nog een paar, hmmm, dat doet een merel goed. Gaan we op het terras zitten? Prima.

Jongens wat gezellig, zullen we een lied aanheffen? Ik begin: tokkelikuuu… o god, ik ben mijn stem kwijt…..”
_
Beethoven

Moonlight sonata


Niet alleen een perfect stuk om mee in te slapen,  ook een clip die het bekijken waard is door de prenten die getoond worden.
Het gezicht van Beethoven is een studie waard, streng, met die stand van zijn wenkbrauwen en die mond, verbeten ook.  Misschien door zijn naderende doofheid?

dromen

Nieuwe droom


Een paar dagen na die parad-ijselijke droom over een natuursoort die de mens ontgroeid is en waarin hij danig onthand zou raken, verzeilde ik al slapend in een heel andere wereld.
Veiliger en minder lawaaiig, kalm, vredig; sereen bijna als er geen opgewekte muziek zou zijn. Blije klanken van onbestemde instrumenten die een koerend koor begeleidden. Een hoog Mantovani-gehalte.
Hier en daar zag ik iemand die me bekend voorkwam. Vriendelijk en mild. Waarom ik aan dit woord denk?  Zo zag het er uit. Mild= toegevend, vergevingsgezind.
Dus braaf, saai en sloom.
Het was duidelijk,  dit stelde de hemel voor.
Nu was ik altijd al bang dat het daarboven een stelletje dooie pieren zou zijn maar om het zelf mee te maken is erg. Geloof me.
Enkel een droom, ik weet het, maar dan nog. Zo suf, het idee daar voor de eeuwigheid te moeten verblijven lijkt me eerder een straf. Zouden  hemel en hel verwisseld zijn, vroeg ik me af, hebben we dat altijd verkeerd begrepen?
Het werd me te moeilijk, daarom riep ik de wekker aan en liet me wakker worden.

medicijnen

Medicijnontrouw


Medicijnen zijn bij veel ziektes en aandoeningen broodnodig, trouw daaraan is belangrijk, dat weten we allemaal. Of zouden het móeten weten.
Toch zijn er nog veel mensen die daar niet goed mee omgaan, blijkens de cijfers (zie foto).
Dit bericht komt uit het boek ‘Parkinson, en nu?’  maar het is waarschijnlijk ook te vinden op Google. En het geldt voor alle ziekten.
Een groep mensen lijkt nog steeds te denken dat pillen uit ‘rotzooi” bestaan of dat je beter de ‘natuur zijn gang kan laten gaan’. Jaja.
Nog triester is het als patienten de voorschriften niet begrijpen, misschien te weinig hulp krijgen.
Dat gaat me aan het hart; zo jammer dat mensen meer lijden dan nodig is. Alsof het ziekzijn op zichzelf nog niet erg genoeg is.
Ik weet waarover ik het heb.
Omdat mijn man aan de ziekte van Parkinson leed maar geen liefhebber was van medicijnen smokkelde hij wel eens; stiekem een dosis overslaan en de juiste tijdstippen ‘vergeten’ en meer van dat.
Zodoende  weet ik uit ervaring hoe moeilijk het is voor een arts om een ernstige zieke patient zo zorgvuldig mogelijk in te stellen op medicatie.  Het is in dat geval een doorlopend proces van inhameren, herschrijven van dag- en weekschema’s en te wijzen op de werking van bepaalde tabletten, de combinaties daarvan en te verwachte bijwerkingen.
Doordat ik, na een paar moeilijke maanden waarin hij merkbaar terugviel in klachten, zelf toezag op het gebruik en aangepaste schema’s maakte, liep het niet uit de hand.

Ik hoopte dat het zou helpen als hij medepatienten ontmoette die hun pillen niet correct innamen. Leren van elkaar, zou je denken.
Maar de noodzaak van herhaaldelijk voorlichten en opletten bleef bestaan.
_

Dat toezicht nodig is blijkt uit het volgende.
Een ons bekende vrouw werd in het bejaardentehuis (zo heette dat toen)  opgenomen, met de aantekening dat haar geheugen niet best was.

Enige maanden later werd ze naar het ziekenhuis gebracht, er was sprake van uitdroging.

Wat bleek? Ze wist niet meer wanneer ze haar plaspillen in moest nemen en slikte er daarom vaak een paar extra. Dan zat ze goed en ze had er genoeg in voorraad, redeneerde ze.

Dat de begeleiding ernstig te kort schoot, was het tehuis aan te rekenen maar dat is een ander verhaal.