huishouden

Huisvrouw

Dat is het woord waaraan ik status ontleen.

Een andere benaming is er niet voor een vrouw die geen baan buitenshuis heeft. Nu stelden vroegere buitenshuise baantjes niet veel voor dus is het geen punt dat ik later opnieuw huisvrouw werd net als in de eerste jaren van ons huwelijk. In die tijd was ik ook  pedagoge, verpleegkundige, tuinvrouw, fietsenmaakster, kokkin, naaister, kortom, een multitaskster waaraan een huidige opschepster niet aan kan tippen. Vermoedelijk zou een huisvrouw er haar hand niet voor omgedraaid hebben haar kinderen van hun blinde darm af te helpen als het zo uitkwam.
Huisvrouw dus.
Niet dat ik het was, ik spéélde het slechts; op enkele karweitjes na vond ik het een moeilijk beroep en spiegelde me aan de ervarener buurvrouwen om de spelregels te volgen. Zo wist ik uiteindelijk wanneer het ramenlappen aan de orde was, leerde de bedden-verschoonscène en hoe de was wit te houden. Uiterst nuttige lessen want zo kreeg ik het spel onder de knie.
Dat schonk een soort voldoening die me matig voldeed maar ook dat leerde ik.

Nog herinner ik me de ultieme trots bij een zorgvuldig gestreken stapel luiers zo wit,  bijna verblindend en waarin de babies amper in durfden te poepen. Niettemin groeiden ze op in redelijk geestelijke gezondheid.

Nu ben ìk de ervarene.
En spiegel me opnieuw. Aan de jonge stellen die geen tijd hebben zich druk te maken om gestreken theedoeken.
Zij kennen de spelregels veel beter.

Geen categorie

Bodega

DSC06019–    

“Gezellige plek hè,  het heeft effe geduurd voor de
loop erin zat maar nu is het hier een vlotte boel. Wat wil je ook, alle wijn gratis en niemand die je wegjaagt behalve een ouwe kat maar die is zo goddeloos lelijk dat hij zich alleen ‘s nachts durft te vertonen. Hé, buurman, wou je ook een wijntje? O, je houdt het bij brood, jongen je weet niet wat je mist. Ik neem er wel eentje in jouw plaats. Snaaisnaai, gossiemijne, gelijk nectar, nog eentje toe, pffff, effe dimme voor ik van de tak af lazer. Van de andere kant, mag het ‘n keertje? Straks is het afgelopen. Welja, we  gaan ervoor.
Ze hebben maar één soort en dat is meteen de beste, man o man, je weet niet wat je proeft; zoet met een stevige bite, eh, achterondergrond, een Midi-toefje met een vleug Kaapse Moezel, nou ja, zoiets,  de scherpe blik verwaast enigszins.  Ik pik er nog een paar, hmmm, dat doet een merel goed. Gaan we op het terras zitten? Prima.

Jongens wat gezellig, zullen we een lied aanheffen? Ik begin: tokkelikuuu… o god, ik ben mijn stem kwijt…..”
_